Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2014:3406

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29-08-2014 · zaaknummer 14-00269, 14-00270, 14-00271

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 04-09-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bank Zonder Naam (BZN). Verzwegen Luxemburgse bankrekening. In geschil is of is een groep navorderingsaanslagen voldoende voortvarend is opgelegd, of de Inspecteur bij de Rechtbank heeft toegezegd dat een bepaalde navorderings¬aanslag zou worden vernietigd en of de Inspecteur alle op het geding betrekking hebbende stukken heeft overgelegd. Toen in de loop van het project Bank Zonder Naam bleek dat mogelijk sprake kon zijn van onjuiste identificatie als gevolg van het hanteren van bevolkingsgegevens over het jaar 2005, heeft de Belasting¬dienst ten aanzien van degenen die ontkenden rekeninghouder te zijn geweest uit een oogpunt van zorgvuldigheid besloten tevens de bevolkings¬gegevens uit voorgaande jaren te onderzoeken. Het Hof acht de uit deze ‘hercheck’ voortvloeiende vertraging aanvaardbaar (vergelijk Hoge Raad 2 mei 2014, nr. 13/04726, ECLI 2014:1029 en nr. 13/04730 ECLI:2014:1031). Belanghebbende stelt onder inbreng ter zitting van documenten, dat in zijn geval de hercheck is achterwege gebleven en dus de vertraging niet nodig was. Het Hof verwerpt de stelling als tardief ingebracht. Er is geen goede reden waarom belanghebbende de stelling niet eerder heeft ingenomen, al was het maar in een zogenoemd 10 dagen stuk. Het Hof kan deze onverwachte stelling alleen behandelen, als het de zaak aanhoudt en de Inspecteur de gelegenheid biedt nader onderzoek te doen en bewijsmateriaal te vergaren. Dit zou een aanzienlijke vertraging van de procesgang opleveren. Het Hof acht de door belanghebbende ingebrachte stelling te licht, immers slechts gestoeld op aannames en suggesties, om, het (algemeen) belang van een doelmatige procesgang afwegend tegen het belang van belanghebbende, een dergelijke aanhouding te rechtvaardigen, mede gezien het feit dat een goede reden voor het eerst ter zitting aanvoeren van deze stellingen ontbreekt. De klacht dat de Inspecteur niet alle stukken heeft ingebracht faalt om dezelfde reden. Het Hof oordeelt ten slotte dat een uitlating van de Inspecteur bij de Rechtbank niet kan worden opgevat als een toezegging een bepaalde navorderingsaanslag te vernietigen. In de gegeven context zou dat volstrekt onlogisch zijn. De uitleg van de Inspecteur dat zijn uitlating betrekking had op een andere groep aanslagen, acht het Hof vanzelfsprekend.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.