ECLI:NL:GHSHE:2014:2032
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 03-07-2014 · zaaknummer 13-00583
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is directeur en enig aandeelhouder van BV C, de moeder van BV D. BV D oefent haar bedrijf uit in een gehuurd pand. Op instigatie van de verhuurder van het pand heeft belanghebbende het huurcontract ondertekend als “medehuurder”. De huurovereenkomst is aangegaan op 1 april 2002 voor een periode van 5 jaar met stilzwijgende verlenging van 5 jaar. De opzegtermijn van de huurovereenkomst is een jaar. In 2005 en 2006 komt BV D in fiscale problemen door (navorderings-)aanslagen loonbelasting en omzetbelasting. In 2008 legt BV D haar bedrijf stil. De huurovereenkomst wordt afgekocht voor € 40.000, waarvan belanghebbende € 36.000 voor zijn rekening neemt. Belanghebbende wenst dit bedrag in 2008 op de voet van artikel 3.92, eerste lid 1, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als negatief belastbaar inkomen uit een werkzaamheid in aanmerking te nemen. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de huurovereenkomst. Meer in het bijzonder is aan de orde de vraag in welke hoedanigheid belanghebbende, naast zijn kwaliteit van middellijk enig bestuurder van BV D, de huurovereenkomst heeft ondertekend en heeft gehandeld ten tijde van de verlenging van deze overeenkomst. Mede gelet op de financiële problemen van BV D, heeft belanghebbende, naar het oordeel van het Hof, volstrekt onzakelijk gehandeld door uiterlijk in maart 2006, zonder enige vergoeding van de BV te bedingen, zijn (mede)huurderschap niet op te zeggen per 1 april 2007. Aldus heeft belanghebbende willens en wetens zonder enige tegenprestatie een niet onaanzienlijk risico aanvaard, hetgeen een willekeurige derde nimmer zou hebben gedaan. Het door belanghebbende aanvaarden van dit risico is slechts te verklaren uit zijn middellijk enig aandeelhouderschap in BV D. De betaling door belanghebbende van € 36.000 aan de verhuurder van het pand is aan te merken als een indirecte storting van kapitaal door belanghebbende in BV D. Van een negatief resultaat uit werk en woning is derhalve geen sprake. Nu BV D in het in geding zijnde jaar niet is ontbonden kan geen oordeel worden gegeven over de vraag of deze betaling als verlies uit aanmerkelijk belang in aanmerking kan worden genomen (vergelijk Hoge Raad, 28 februari 2014, nr. 12/03526, ECLI:NL:HR:2014:417).
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
