ECLI:NL:GHSHE:2014:1764
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28-05-2014 · zaaknummer 13-00630
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft in haar digitaal ingediende aangifte IB/PH 2011 gevraagd om uitbetaling van de heffingskortingen door vraag 41 (“Uitbetaling Algemene Heffingskorting”) bevestigend te beantwoorden dan wel aan te vinken en zij heeft daarbij aangegeven dat zij heeft voldaan aan de voorwaarden voor deze uitbetaling. Bovendien heeft zij in haar aangifte vermeld dat het verzamelinkomen van haar fiscale partner € 18.438 bedraagt. Op basis van de gegevens uit belanghebbendes aangifte heeft de Inspecteur aan belanghebbende de negatieve voorlopige aanslag opgelegd en vastgesteld op een te ontvangen bedrag van € 2.853. Bij de aan belanghebbende later opgelegde definitieve aanslag is de volledige algemene heffingskorting en arbeidskorting verrekend. Belanghebbende heeft tijdens het onderzoek ter zitting desgevraagd verklaard dat zowel de aan belanghebbende opgelegde voorlopige aanslag als de definitieve aanslag op zichzelf genomen juist zijn, maar dat sprake is van onzorgvuldig handelen van de kant van de belastingdienst door achteraf een bij de voorlopige aanslag gemaakte fout te repareren bij het opleggen van de definitieve aanslag. In geschil is of de Inspecteur bij de definitieve aanslag terecht de eerder bij de voorlopige aanslag uitbetaalde heffingskortingen heeft teruggenomen. Onweersproken staat vast dat de voorlopige aanslag is vastgesteld aan de hand van de gegevens die door belanghebbende zelf zijn aangeleverd. Tevens is niet in geschil dat belanghebbende in het onderhavige jaar geen recht heeft op enige heffingskorting. Gelet op de eisen die aan de voorlopige aanslagregeling redelijkerwijs kunnen worden gesteld, kan naar het oordeel van het Hof niet worden gezegd dat in casu van onzorgvuldig handelen van de zijde van de Inspecteur, op grond waarvan deze niet gerechtigd zou zijn om de onderhavige aanslag op te leggen, sprake is. Al hetgeen belanghebbende hiertegenover heeft aangevoerd, maakt dit niet anders. Belanghebbende doet in dit kader een beroep op de uitspraak van het Hof 's-Hertogenbosch van 13 juni 2007, nr. 06/00287. De Hoge Raad heeft in het arrest van 9 januari 2009, zaaknummer 07/10292 (ECLI:NL:HR:2009:BG9068), de voornoemde uitspraak gedeeltelijk vernietigd en de zaak zelf afgedaan. De Hoge Raad oordeelde dat de Inspecteur bij het vaststellen van een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen mag uitgaan van de juistheid van de gegevens die een belastingplichtige bij zijn aangifte heeft verstrekt. Tot een nader onderzoek is hij in beginsel niet gehouden. De uitkomst van dit arrest heeft naar het oordeel van het Hof ook zijn gelding voor de voorlopige aanslagregeling. Daarbij komt nog dat het in voornoemd arrest een situatie betreft van een belastingplichtige en gegevens in diens eigen dossier, terwijl het onderhavige geval betreft gegevens van de echtgenoot van belanghebbende, zijnde een andere belastingplichtige. Hoger beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
