ECLI:NL:GHSHE:2013:4909
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23-10-2013 · zaaknummer 20-001695-12
Inhoudsindicatie
Steken met een schroevendraaier. 1. Voorwaardelijk opzet op de dood of zwaar lichamelijk letsel. 2. Noodweer. Onttrekkingsvereiste en proportionaliteit. 3. Noodweerexces. Ad 1. Het hof is van oordeel dat de kans dat A zou komen te overlijden door het steken met een schroevendraaier door een jas met een uitritsbare binnenjas en T-shirt heen, op de wijze als door verdachte beschreven, waarbij A in zijn linkerzij twee steekwonden van onbekende diepte heeft opgelopen, niet naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten. Vrijspraak van poging tot doodslag; bewezenverklaring van poging tot zware mishandeling. Ad 2. Naar het oordeel van het hof kan in het midden blijven of verdachte, zoals hij heeft verklaard, met zijn rug tegen een muur stond. In aanmerking genomen dat A verdachte een kopstoot heeft gegeven, direct gevolgd door een vuistslag, tengevolge waarvan verdachte een gebroken neus heeft opgelopen, het verdachte zwart voor ogen zag en hij duizelig werd, terwijl verder geweld van de kant van A nog dreigde, kon van verdachte onder de gegeven omstandigheden niet worden gevergd dat hij zich zou onttrekken aan de confrontatie. De omstandigheid dat hij niet is weggelopen, staat in dit geval dan ook niet in de weg aan een geslaagd beroep op noodweer. In het midden kan blijven of voor verdachte andere, minder ingrijpende mogelijkheden open stonden om aan de aanranding door A een einde te maken dan door A te steken. De eventuele aanwezigheid van dergelijke minder ingrijpende mogelijkheden dwingt op zichzelf immers nog niet tot het oordeel dat het door verdachte gekozen verdedigingsmiddel (het steken) disproportioneel is. Niettemin is het hof van oordeel dat niet is voldaan aan de proportionaliteitseis. Hoewel het geven van een kopstoot en een vuistslag een ernstige aanranding oplevert, staat het viermaal steken met een schroevendraaier, waarbij A tweemaal in zijn linkerzij werd geraakt met een klaplong tot gevolg en waarbij een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel heeft bestaan, naar het oordeel van het hof niet in redelijke verhouding tot de ernst van die aanranding. Ad 3. Geslaagd beroep op noodweerexces. Aannemelijk is dat verdachte, toen door de onverwachte kopstoot en de direct daaropvolgende vuistslag in het gezicht zijn neus brak en het hem zwart voor de ogen werd, heeft gevreesd voor een verdere aanranding van zijn lijf en dat hij heeft gehandeld in een emotionele gemoedsopwelling. Dit in aanmerking nemende, acht het hof aannemelijk dat door de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding bij verdachte een hevige gemoedsbeweging is veroorzaakt en dat de overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging van die gemoedsbeweging een onmiddellijk gevolg is geweest.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
