ECLI:NL:GHSHE:2012:BX9463
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27-09-2012 · zaaknummer 11/00319
Inhoudsindicatie
Prejudiciële vragen. Belanghebbende koopt in het buitenland een personenauto die in 2006 in gebruik is genomen en laat deze in 2010 onder een Nederlands kenteken registreren. Voor deze registratie is aangifte BPM gedaan. Belanghebbende komt in bezwaar tegen de voldoening van BPM. Zij stelt dat voor zover in 2010 de BPM afhankelijk is van de CO2-uitstoot strijd ontstaat met art. 110 VWEU, omdat op de markt vergelijkbare auto’s beschikbaar zijn, die niet onderworpen zijn geweest aan een heffing afhankelijk van de CO2-uitstoot (zie arrest HvJ EU 7 april 2011, C-402/09, Tatu). Voorts stelt zij dat voor de vraag of de in 2010 geheven BPM al dan niet hoger is dan het restbedrag aan BPM dat begrepen is in de waarde van op de markt voor tweedehands auto’s beschikbare vergelijkbare auto’s ook gekeken moet worden naar vergelijkbare auto’s die als gebruikte auto’s zijn ingevoerd in 2007, 2008 en 2009 en niet alleen naar een vergelijkbare auto die als nieuwe auto in 2006 is geregistreerd. Het Hof verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie om een prejudiciële beslissing.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
