Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX0070

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22-06-2012 · zaaknummer 11-00749

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Aan belanghebbende, X BV, is bij de definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2009 een verzuimboete van € 2.460 opgelegd wegens te late indiening van de aangifte. De Inspecteur heeft de boete na bezwaar gehandhaafd. De Rechtbank heeft de boete verlaagd tot € 500, overwegende dat het weliswaar niet onredelijk is dat in het BBBB een onderscheid wordt gemaakt tussen aangifteverzuimen voor de IB en voor de Vpb, doch dat de onderneming van belanghebbende in feite een eenmansbedrijf is van de dga en dat een verzuimboete van € 2.460 dan disproportioneel hoog is in vergelijking met boeten die in vergelijkbare gevallen in de inkomstenbelasting worden opgelegd. Voorts heeft de Rechtbank meegewogen dat sprake was van het eerste boekjaar van belanghebbende dus is er geen sprake van recidive. De Inspecteur stelt in hoger beroep dat de Rechtbank ten onrechte de vermindering van de verzuimboete onderbouwt met een beroep op een algemene verwerping van het door de Inspecteur gehanteerde verschil in behandeling van IB- en Vpb-plichtigen. Het Hof stelt voorop dat de Rechtbank, anders dan de Inspecteur stelt, het niet onredelijk heeft geacht dat in het BBBB een onderscheid wordt gemaakt tussen aangifteverzuimen voor de IB en voor de Vpb. Vervolgens heeft de Rechtbank terecht de vraag beantwoord of de hier opgelegde verzuimboete van € 2.460, alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemende, passend en geboden is. Belanghebbende doet, in hoger beroep, beroep op de avas. Zij stelt, dat zij een professioneel belasting/accountantsbureau ter hand heeft genomen om haar fiscale zaken te behartigen en dat zij er vanuit is gegaan, dat deze professionele gemachtigde voor haar uitstel voor de indiening van de aangifte heeft gedaan. Zij stelt dat zij er op mocht vertrouwen dat de gemachtigde haar belangen goed had behartigd. Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende haar gemachtigde niet voor voldoende deskundig mocht houden en aan diens zorgvuldige taakvervulling behoorde te twijfelen. Belanghebbende heeft alle in redelijkheid te verlangen zorg betracht om de aangifte tijdig te doen en hoefde niet verder toe te zien op de werkzaamheden van haar gemachtigde dan zij heeft gedaan (vgl. Hoge Raad 12 februari 2009, nr. 07/12891, BNB 2009/114 en 15 mei 2009, nr. 08/01277, BNB 2009/170). Belanghebbendes beroep op avas slaagt, boete wordt vernietigd. Hoger beroep van de Inspecteur ongegrond, incidenteel hoger beroep belanghebbende gegrond.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.