ECLI:NL:GHSHE:2012:BW2252
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 06-04-2012 · zaaknummer 11/00371
Inhoudsindicatie
Aan belanghebbende zijn legesnota’s verzonden voor het in behandeling nemen van meerdere aanvragen tot het verkrijgen van bouwvergunningen voor zijn kassenbedrijf. In geschil is of de Legesverordening, jegens belanghebbende, onverbindend is omdat de opbrengstlimiet is overschreden; of de leges op het juiste bedrag zij berekend; of de Heffingsambtenaar algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden, dan wel of hij meerdere formele vereisten niet in acht heeft genomen. Ter onderbouwing dat de opbrengstlimiet niet is overschreden heeft de Heffingsambtenaar verstrekt twee totaalbedragen aan baten en lasten en de “Raming baten en lasten” met een overzicht van totaalbedragen per rekeningnummer van lasten en baten en de daarbij behorende toelichting over het samenvoegen van baten of lasten en een globale uitleg over enkele posten; hetgeen naar het oordeel van het Hof niet volstaat. Bij de beoordeling of sprake is van een ‘last ter zake’ is immers niet alleen dat totaalbedrag per rekeningnummer van belang, maar is het juist de onderbouwing naar aard en omvang van de kostenposten van de toegerekende last die inzicht geven in de samenstelling van het totaalbedrag van de lasten per rekeningnummer. Derhalve is het - naar vermogen - verstrekken van cijfermatige gegevens ter zake van de samenstelling van de geraamde totaalbedragen van de lasten, onontbeerlijk voor het geven van een gemotiveerd oordeel. De Heffingsambtenaar heeft erkend dat een beter (cijfermatig) inzicht in de lasten ter zake kon worden gegeven. Nu geen (nadere) feitelijke gegevens zijn verstrekt kunnen noch de vragen ten aanzien van de feiten, noch de vragen ten aanzien van het recht, een en ander zoals bedoeld in de overwegingen onder 3.2 van het arrest van de Hoge Raad van 24 april 2009, nr. 07/12961, LJN BI1968, BNB 2009/159, worden beantwoord. De Heffingsambtenaar maakt niet aannemelijk dat is voldaan aan het bepaalde in artikel 229b van de Gemeentewet. Dan komt de vraag aan de orde of dit moet leiden tot een partiële of een algehele onverbindendheid van de betreffende Legesverordening (vgl. Hoge Raad 10 april 2009, nr. 43747, LJN BC3691, BNB 2009/194). Het Hof komt tot het oordeel dat de Legesverordening 2008 jegens belanghebbende onverbindend is en dat de aan belanghebbende uitgereikte legesnota’s dienen te worden vernietigd. Gelet op dit oordeel, komt het Hof aan behandeling van de overige geschilpunten niet meer toe. Hoger beroep van belanghebbende is gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
