ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5157
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16-09-2011 · zaaknummer 11/00020
Inhoudsindicatie
B was werkzaam bij de Belastingdienst en is veroordeeld voor het oplichten van de Belastingdienst. Hij verminderde opgelegde aanslagen waardoor de betreffende belastingplichtigen ten onrechte bedragen van de Belastingdienst hebben ontvangen. Eén van die personen is belanghebbende. Hij heeft aldus ongeveer € 21.000 ontvangen. Ingevolge een afspraak met B heeft hij de helft van het terugontvangen bedrag via een tussenpersoon aan B doen toekomen. In geschil is of de navorderingsaanslag, opgelegd ter correctie van de vermindering, terecht is opgelegd. Het hof laat in het midden of de inspecteur over een navordering rechtvaardigend nieuw feit beschikte. Het hof oordeelt dat er sprake was van een discrepantie tussen de wil van de inspecteur en de vastlegging daarvan in de aanslag, zoals deze luidt na vermindering (vgl. HR 8-8-03, nr. 37 570, NTFR 2003/1399). Niet gezegd kan worden dat voor de frauduleuze werkwijze van B was gekozen binnen de Belastingdienst dan wel dat de inspecteur de gevolgen van deze frauduleuze werkwijze op enigerlei wijze voor zijn rekening heeft willen nemen. Beslissend is dan nog slechts of het belanghebbende kenbaar was dat er een fout was gemaakt. Dat leidt volgens het hof geen twijfel. Navordering is dan toegestaan. Ten overvloede oordeelt het hof dat belanghebbende ter zake van de vermindering te kwader trouw was, zodat de inspecteur ook op die grond navorderingsbevoegd is. (Hoger beroep ongegrond.)
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
