Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ6462

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18-03-2011 · zaaknummer 09-00375

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft krachtens erfrecht de blote eigendom van een aantal onroerende zaken verkregen. Het vruchtgebruik van de onroerende zaken berust bij de BV, waarin belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft. Belanghebbende heeft gesteld, en de rechtbank heeft hem daarin gevolgd, dat geen sprake is van ter beschikking stellen van vermogen in de zin van art. 3.92 Wet IB 2001 omdat het vruchtgebruik nooit tot belanghebbendes vermogen heeft behoord. In hoger beroep oordeelt het hof anders. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van art. 3.92 Wet IB 2001 volgt dat de wetgever met de ruime uitleg van het begrip 'ter beschikking stellen' ook het oog heeft gehad op een gesplitste aankoop, waarbij de BV het vruchtgebruik verwerft en de aanmerkelijkbelanghouder de blote eigendom, hetgeen ook volgt uit HR 9 juli 2010, nr. 09/02649, BNB 2010/302. Dit is volgens het hof niet anders in een situatie als de onderhavige, waarin belanghebbende niet zelf het recht van vruchtgebruik heeft gevestigd, maar slechts de blote eigendom krachtens erfrecht heeft verkregen en de BV op enig moment het recht van vruchtgebruik heeft verworven. Toepassing van de regeling strookt ook met de bedoeling van de wetgever, aldus het hof. Ten aanzien van de berekening van het in 2001 in aanmerking te nemen voordeel oordeelt het hof dat voorzichtigheidsbeginsel met zich meebrengt dat de waardestijging van de blote eigendom, voor zover een gevolg van de waardestijging van de onroerende zaken, pas in aanmerking behoeft te worden genomen op het tijdstip waarop dit voordeel wordt gerealiseerd dan wel op het tijdstip waarop de terbeschikkingstellingsregeling eindigt. Slechts de waardeaangroei van de blote eigendom, voor zover veroorzaakt doordat de looptijd van het recht van vruchtgebruik verstrijkt, dient volgens het hof tot het resultaat van het onderhavige jaar te worden gerekend. Daar komt de afschrijving nog op in mindering.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.