ECLI:NL:GHSHE:2007:BD6466
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11-12-2007 · zaaknummer K07/0176
Inhoudsindicatie
Klacht ex artikel 12 Sv., art. 321 Sr. Het hof overweegt dat het door een werkgever inhouden van pensioenpremie op het salaris van werknemers kan worden aangemerkt als het onder zich brengen of krijgen van een goed dat aan een ander – zijnde de werknemer – toebehoort. Naar het oordeel van het hof staat het de werkgever niet vrij om naar eigen inzicht vrijelijk over de ingehouden gelden te beschikken, maar ontstaat een verplichting om de ingehouden gelden af te dragen aan het pensioenfonds. Het aanwenden van genoemde gelden voor andere doeleinden dan het afdragen ervan aan het pensioenfonds kan naar het oordeel van het hof worden aangemerkt als toe-eigening in de zin van artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht. Gelet op het feit dat beklaagde, terwijl hij wist dat zijn bedrijf in financiële problemen was geraakt en dat hij een betalingsachterstand had bij (rechtspersoon 2), deze pensioenpremies heeft ingehouden op klagers salaris en zich deze gelden vervolgens heeft toegeëigend, is het hof van oordeel dat de toe-eigening wederrechtelijk van aard kan zijn.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- J.P.M.M. Heijkant
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
