ECLI:NL:GHSHE:2007:BC7357
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 03-04-2007 · zaaknummer C0500553
Inhoudsindicatie
In het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank overwogen dat kern van het geschil is of het WM vrij stond de samenwerking met Interzuid te beëindigen op de wijze waarop dat is gebeurd en dat hierbij uit de stellingen van Interzuid twee grondslagen zijn af te leiden: (1) strijd met de gemaakte afspraken en (2) het karakter van duurovereenkomst (r.o. 7.1). Tegen dit oordeel zijn geen grieven gericht, zodat dit ook het hof tot uitgangspunt strekt. Met betrekking tot grondslag (1) heeft Interzuid in hoger beroep enige nadere onderbouwing van haar stellingen gegeven, zij het dat deze niet vergezeld is gegaan van enigerlei die stellingen ondersteunende bescheiden. Wat daar ook van zij, wanneer deze nadere onderbouwing in de memorie van grieven (met name punt 11) in aanmerking wordt genomen kan niet, in ieder geval niet langer, worden gezegd dat zij onvoldoende heeft gesteld. De stelling van Interzuid houdt in dat de conceptovereenkomst van juni 2003 de afspraken tussen WM-Venlo en Interzuid per januari 2003 weergeeft. WM heeft deze stelling gemotiveerd betwist, zodat het aan Interzuid is van de juistheid hiervan bewijs te leveren. Dat bewijs is tot dusver niet geleverd. Interzuid heeft evenwel een voldoende gespecificeerd bewijsaanbod gedaan, zodat zij tot het bewijs van haar stelling wordt toegelaten. Wanneer Interzuid erin slaagt dit bewijs te leveren, is de beëindiging door WM-Venlo in strijd met de gemaakte afspraken, zodat in dat geval sprake is van wanprestatie. WM heeft in dit verband gewezen op het bepaalde in artikel 4.2 van de conceptovereenkomst, hiervoor in 4.3 onder e) aangehaald, maar die bepaling houdt niet in dat ook een beëindiging zonder enige opzegtermijn mogelijk is. Het ligt op zich voor de hand dat een dergelijke wanprestatie schade meebrengt; in welke mate daarvan sprake is, zal eventueel in een later stadium van de procedure aan de orde komen. Wanneer Interzuid er niet in slaagt het gevraagde bewijs te leveren, is haar vordering op deze grondslag niet toewijsbaar en behoeft de eventuele schade niet aan de orde te komen. Met betrekking tot grondslag (2) heeft Interzuid in hoger beroep haar stelling dat sprake is van een duurovereenkomst die niet zonder meer beëindigd mocht worden, omdat zij op instigatie van WM investeringen heeft gedaan teneinde een logistiek distributiecentrum op te zetten en in te richten, in zodanige mate nader onderbouwd dat niet gezegd kan worden dat zij niet aan haar stelplicht heeft voldaan. WM heeft deze stellingen gemotiveerd bestreden, zodat het aan Interzuid is terzake bewijs te leveren. Ook hiervoor geldt dat Interzuid het bewijs tot dusver niet heeft geleverd, maar dat zij een voldoende gespecificeerd bewijsaanbod heeft gedaan, zodat zij tot het bewijs kan worden toegelaten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
