ECLI:NL:GHSHE:2007:BC1350
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20-12-2007 · zaaknummer 20-004260-06
Inhoudsindicatie
Het door de raadsvrouwe gestelde komt er op neer, dat zij aan het hof vraagt om de ongewenstverklaring van verdachte te toetsen aan het Europese recht en/of aan het Vreemdelingenbesluit 2000 zoals deze luidt na de wijziging in verband met de implementatie van de door de raadsvrouw bedoelde Europese richtlijn. Om haar moverende redenen heeft de verdediging kennelijk niet gekozen voor het op basis van het bepaalde in de Vreemdelingenwet 2000 vragen van een opheffing van de ongewenstverklaring en het vervolgens aan het hof voorleggen van de (uiteindelijke) beslissing daarop, zonodig voorafgegaan door een verzoek tot aanhouding in afwachting van de beslissing op dat verzoek. Kenmerkend daarbij is dat het pleidooi niet strekt tot onverbindendverklaring van een algemene, voor een ieder geldende regeling, maar dat de ongeldigheid wordt ingeroepen van een op een individu gericht besluit. De raadsvrouw miskent daarmee, dat het niet aan de strafrechter is te beslissen in gevallen, waarin reeds een andere (administratieve) rechtsgang is voorzien. De Nederlandse regelgeving voorziet zowel in een bezwaarschriftprocedure, een beroep in rechte als ook in de mogelijkheid van een verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring. Naar het oordeel van het hof komt aan het hof de door de raadsvrouw verlangde toets niet toe.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
