ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0984
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 03-10-2007 · zaaknummer 04/00910
Inhoudsindicatie
Met betrekking tot de stelling van de belanghebbende dat sprake zou zijn van een nagekomen last in verband met een (voormalig) aanmerkelijk belang overweegt het Hof als volgt. Uit artikel 20c, zestiende lid van de Wet IB 1964, zoals dit luidde in 1997, volgt dat ingeval bij de ontbinding van de vennootschap nadat de vereffening van het vermogen is voltooid een schuldvordering op de vennootschap niet geheel is afgelost, het gedeelte van de verkrijgingsprijs van de vordering dat aan het niet afgeloste deel kan worden toegerekend wordt aangemerkt als een negatief vervreemdingsvoordeel. In artikel 20h, zesde lid van de Wet IB 1964, zoals dit luidde in 1997, wordt het in artikel 20c, zestiende lid, bedoelde negatieve vervreemdingsvoordeel in geval van ontbinding van de vennootschap in aanmerking genomen op het tijdstip waarop de vereffening is voltooid. Gesteld noch gebleken is dat de vereffening later is voltooid dan op 22 oktober 1997 dan wel dat de vereffening nadien zou zijn heropend (artikel 23 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek). Gelet op het hiervoor overwogene volgt hieruit, dat de belanghebbende - die verdedigt dat sprake zou zijn van een nagekomen resultaat in verband met een voormalig aanmerkelijk belang in A B.V. - een eventueel verlies in verband met het door hem op A B.V. te verhalen bedrag niet later dan in het jaar 1997 tot uitdrukking had kunnen brengen. Het feit, dat eerst in het jaar 2000 duidelijkheid is ontstaan over de juiste hoogte van de door de belanghebbende en A B.V. aan K verschuldigde bedragen en het feit, dat eerst in het jaar 2001 het daadwerkelijk tot betaling is gekomen doen aan het hiervoor gegeven oordeel niet af. De belanghebbende had over het jaar 1997 een vervreemdingsverlies in aanmerking moeten nemen, desnoods op basis van een schatting van dit verlies. Bovendien overweegt het Hof dat de belanghebbende met het onder 2.5 vermelde vonnis van 19 juli 1996 - waarvan gesteld noch gebleken is dat daartegen beroep is aangetekend - reeds wist dat hij hoofdelijk aansprakelijk werd gehouden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
