ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0316
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 03-10-2007 · zaaknummer 06/00414
Inhoudsindicatie
Het Hof is van oordeel, dat de belanghebbende tegenover de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur, zoals bedoeld onder 4.23 onder a en onder b, geen feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat de gronden in R van dezelfde aard zijn als het project respectievelijk dat de gronden in R dezelfde economische plaats innemen als het project. Het project is een uitwerking van het op 23 september 1994 onherroepelijk geworden bestemmingsplan A, de grondprijs van de gronden van het project zijn - naar de Inspecteur onweersproken heeft gesteld - aanzienlijk hoger dan de gronden in R, met betrekking tot het project gelden (kwalitatieve) verplichtingen die niet gelden ten aanzien van de gronden in R, het project omvat zakelijke rechten welke rechten geen deel uitmaken van de gronden in R en voor het project gelden specifieke bestemmingen welke niet gelden voor de gronden in R, een en ander zoals weergegeven door de Inspecteur op pagina 9 van het verweerschrift, één na laatste alinea. Bovendien geldt dat voor de gronden in R, in ieder geval tot op het moment van indienen van de conclusie van dupliek op 7 april 2003, nog geen bestemmingsplan was vastgesteld, dat eenzelfde aanwending van de gronden in R mogelijk zou maken als (de gronden van) het project.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
