ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0091
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11-09-2007 · zaaknummer 02/03520
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van het hof is de redelijke termijn als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2005, nr 37.984, V-N 2005/22.6, overschreden. Op deze grond bevindt het hof ambtshalve reden of ruimte om de boete te matigen wegens undue delay. Voor matiging van de hoogte van de boete als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 13 augustus 2004, nr 37.920, BNB 2005/42, is geen reden, nu partijen rekening hebben kunnen houden met dat arrest doch geen gebruik hebben gemaakt van de daarin besloten mogelijkheid, als ook genoemd in het arrest van de Hoge Raad van 23 december 2005, nrs 40.771 en 40.832, V-N 2006/4.4, om bijzondere omstandigheden aan te voeren die tot een lichtere of zwaardere beboeting zouden kunnen leiden. Gegeven de in 4.11 bedoelde door de Hoge Raad gegeven beslissingen inzake de tijdsspanne bij boeten, zou er reden zijn om de boete te verminderen met 10 %, in welk geval de boete van fl. 125,= zou worden een boete van fl. 112,50,=. In de uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden van 25 februari 2005, nr BK 519/03, Rechtspraak.nl LJN AS8376, NTFR 2005/392, is evenwel dienaangaande beslist: "In het kader van het vaststellen van een passende compensatie voor de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen de boetezaak moet worden afgedaan overweegt het hof dat op grond van het arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2002, nr. 36 723, BNB 2002/316, de gevolgen niet verder kunnen strekken dan tot een vermindering van de opgelegde boete met 10 procent. Voorts kan naar het oordeel van het hof een vermindering van minder dan f. 25,- vanwege de geringe omvang niet meer als een geschikte compensatie worden aangemerkt. Gelet op het voorgaande in samenhang met de opgelegde boete van f. 225,- is het hof van oordeel dat de enkele vaststelling dat sprake is van een verdragsschending in deze zaak voldoende compensatie biedt voor de geconstateerde inbreuk.". De Hoge Raad heeft het door de belanghebbende ingestelde cassatieberoep bij arrest van 23 december 2005, nr. 41 603, NTFR 2006/61, onder verwijzing naar artikel 81 Wet RO ongegrond verklaard. Het hof neemt de gronden en overwegingen van het Gerechtshof Leeuwarden over en maakt ze tot de zijne. Op deze gronden besluit het hof om het bedrag van de boete van fl. 125,= te handhaven.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
