Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2007:BB9706

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 07-12-2007 · zaaknummer 20-002276-07

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

1. Verdachte is op 22 juli 2006 op de Distelberg te Haaren ter hoogte van de kruising Duinoordseweg-Margrietweg met zijn auto de berm in gereden (zie foto pagina 21 van het dossier nr. PL2122/06-016056). Verdachte heeft daarbij een zich aldaar in de berm bevindend schrikhek, alsmede een paal beschadigd welke in eigendom waren van, dan wel in beheer waren bij de gemeente Haaren (zie ter terechtzitting overgelegd faxbericht van de gemeente Haaren, d.d. 20 november 2007). Op basis van bovengenoemde stukken alsmede de verdere inhoud van het dossier is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte heeft gemerkt dat hij tegen het schrikhek en de paal is gereden en aldus redelijkerwijs had moeten vermoeden dat hij als gevolg van het feit dat hij nadat hij met zijn auto de berm is in gereden schade had toegebracht aan de betreffende objecten. Het feit dat verdachte op dat moment dronken was doet aan het vorenstaande niets af nu verdachte zelf verantwoordelijk moet worden geacht voor zijn alcoholgebruik en de gevolgen daarvan. 2. Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte met betrekking tot feit 3. is van de zijde van de verdachte het verweer gevoerd dat verdachte heeft gedwaald omdat hij in de veronderstelling was dat hij mocht blijven rijden. De verdediging voert hiertoe in het bijzonder aan dat verdachte in bezwaar en beroep is gegaan tegen de ongeldigverklaring van het CBR en dat hem toen is medegedeeld dat de ongeldigverklaring gedurende de beslissing op het bezwaar en beroep geschorst zou zijn. Het hof overweegt hieromtrent dat het hof uit het onderzoek ter terechtzitting, in het bijzonder de Justitiële Documentatie van verdachte waaruit blijkt dat hij op 2 februari 2000 bezwaar had aangetekend recent in maart 2006 nog is aangehouden voor overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet, af leidt dat verdachte op de hoogte was van de ongeldigverklaring van het rijbewijs en dat hij om die reden niet mocht rijden. Het hof verwerpt de stelling dat hem is medegedeeld dat hij toch zou mogen rijden vanwege de schorsende werking van het bezwaar en beroep tegen de ongeldigverklaring nu deze stelling op geen enkele wijze is onderbouwd door wie en wanneer een dergelijke mededeling aan verdachte is gedaan waarmee de stelling van verdachte derhalve niet aannemelijk is geworden.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.