ECLI:NL:GHSHE:2007:BB8442
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 06-11-2007 · zaaknummer C0600062
Inhoudsindicatie
Juist is dat, indien een tekortkoming van een partij (in dit geval [geïntimeerde]) is komen vast te staan en deze partij zich er niet voldoende gemotiveerd op beroept dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt, de rechter niet bevoegd is de op die tekortkoming gebaseerde vordering van de wederpartij tot ontbinding ambtshalve af te wijzen op de grond dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt (HR 22 juni 2007, NJ 2007, 343). In hoger beroep heeft [geïntimeerde] zich er echter bij memorie van antwoord op beroepen dat de tekortkoming de (gedeeltelijke) ontbinding niet rechtvaardigt, zodat het hof daarover dient te oordelen. [appellant sub 1 c.s.] stelt zich op het standpunt dat gedeeltelijke ontbinding dient plaats te vinden en dat de overeenkomst slechts in stand dient te blijven tot bovengenoemd (door hem als voorschot betaalde) bedrag van f 7.442,77, omdat dit bedrag als een afdoende betaling van de door [geïntimeerde] verrichte prestatie kan worden beschouwd. Het meerdere dat [geïntimeerde] in haar factuur van 14 november 2000 vordert staat, aldus [appellant sub 1 c.s.], niet in verhouding tot de verrichte prestatie van [geïntimeerde], gezien de tekortkomingen aan de bestrating in de tuin en van de oprit, zoals die door de deskundige J. Katerborg zijn gesignaleerd, en gezien de tekortkomingen aan de beide terrassen bij de woning en de speelplaats bij het kinderdagverblijf, zoals die uit de getuigenverklaringen blijken. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de onder 4.15. bedoelde tekortkomingen van [geïntimeerde] gedeeltelijke ontbinding van de aannemingsovereenkomst rechtvaardigen, doch niet verder dan tot een bedrag van de hierna onder 4.17 vermelde herstelkosten ad € 7.623,90. Het tekortschieten van [geïntimeerde] is immers beperkt tot het niet deugdelijk uitvoeren van dat gedeelte van de werkzaamheden dat met het door de rechtbank vastgestelde bedrag van € 7.623,90 kan worden hersteld. Er is daarom geen grond voor de door [appellant sub 1 c.s.] gewenste verdergaande ontbinding als bedoeld in rov. 4.15. Die ontbinding heeft de rechtbank dus terecht afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
