Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2007:BB7900

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17-10-2007 · zaaknummer 03/00503

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Onder de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Wet IB 2001) wordt aan buitenlandse belastingplichtigen die niet kiezen voor de behandeling als binnenlandse belastingplichtigen, in Box III geen heffingsvrij vermogen toegekend. Dit verschil in behandeling is naar het oordeel van het Hof geoorloofd, nu buitenlandse belastingplichtigen zich niet in gelijke situatie bevinden als binnenlandse belastingplichtigen. De laatstgenoemden worden immers in Nederland in de belastingheffing betrokken voor hun wereldinkomen, terwijl buitenlandse belastingplichtigen alleen belast worden voor de in Nederland gelegen bronnen van inkomen (vergelijk arrest Hof van Justitie EG (hierna: het HvJ EG) van 14 februari 1995, Schumacker, C-279/93, BNB 1995/187). Onder de werking van de Wet IB 2001 geeft Nederland niet-inwoners in overeenstemming met het Schumacker arrest de mogelijkheid - met inachtneming van belastingverdragen - gelijk te worden behandeld als inwoners. Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende gekozen heeft voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige. Het HvJ EG heeft, naar aanleiding van de prejudiciële vragen van het Hof, op 5 juli 2005, zaak D, nr. C-376/03, BNB 2006/1 (hierna: de zaak D), betreffende de belastingvrije som voor de vermogensbelasting, overwogen, dat een belastingplichtige, die slechts een niet-wezenlijk deel van zijn vermogen bezit in een andere lidstaat, dan de staat waarvan hij ingezetene is, zich in de regel niet bevindt in een situatie, die vergelijkbaar is met die van de ingezetenen van die andere lidstaat. De weigering om hem een belastingvrije som toe te kennen, waarvoor de ingezetenen wel in aanmerking komen, levert geen discriminatie op. Voorts heeft het HvJ EG in de zaak D overwogen, dat het feit, dat wederkerige rechten en verplichtingen in belastingverdragen slechts gelden voor ingezetenen van de verdragsluitende staten, een inherent gevolg is van bilaterale verdragen ter voorkoming van dubbele belasting. Een regel, als bijvoorbeeld die van artikel 25, § 3, van de Belgisch-Nederlandse Belastingverdrag, waarop belanghebbende kennelijk een beroep doet, kan niet worden losgekoppeld van de rest van de overeenkomst, omdat die regel integrerend deel uitmaakt van die overeenkomst en bijdraagt tot het algehele evenwicht ervan. Naar het oordeel van het Hof valt uit de hiervoor weergegeven antwoorden van het HvJ EG in de zaak D af te leiden, dat belanghebbende, die ingezetene van Frankrijk is, moet worden geacht zich met betrekking tot de inkomstenbelasting over de in Nederland gelegen woning niet in dezelfde situatie te bevinden als een belastingplichtige die Belgisch ingezetene is (analoog aan het arrest in de zaak D). Naar het oordeel van het Hof valt hieruit verder af te leiden, dat belanghebbende geen recht heeft op het heffingsvrije vermogen en Nederland niet verplicht is om, in een situatie van ongelijkheid tussen ingezetenen van de verdragsluitende partijen (België en Nederland) en ingezetenen van derde landen die geen verdragspartij zijn (in dezen Frankrijk), de regel van artikel 25, § 3, van het Nederlands-Belgische Belastingverdrag uit te breiden tot de ingezetene van de lidstaat die geen partij is bij die overeenkomst (in dit geval Frankrijk). Naar analogie heeft hetzelfde te gelden voor het Belastingverdrag met Suriname. Gesteld noch gebleken is dat de woning een wezenlijk deel (90% of meer) van belanghebbendes vermogen vormt. Naar het oordeel van het Hof volgt uit hetgeen is beslist in de zaak D, dat belanghebbende geen recht heeft op het heffingsvrije vermogen. Nu belanghebbende ook niet gekozen heeft voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige, behoeft Nederland hem niet als binnenlands belastingplichtige te behandelen. Op Nederland rust niet de plicht met zijn draagkracht rekening te houden door een heffingsvrij vermogen toe te kennen, waar Nederland deze wel aan binnenlandse belastingplichtigen zou geven.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.