ECLI:NL:GHSHE:2007:BB7898
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18-07-2007 · zaaknummer 06/00061
Inhoudsindicatie
Hoewel bij het voldoen van belasting op aangifte niet sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb, brengt naar het oordeel van het Hof de ratio van artikel 6:10 van de Awb met zich, dat bij de voldoening van belasting op aangifte een voortijdig, dat wil zeggen een vóór de aanvang van de bezwaartermijn ingediend, bezwaar slechts dan ontvankelijk moet worden geacht indien de belastingplichtige ten tijde van de indiening redelijkerwijs mocht menen dat de betaling door de rijksbelastingdienst was ontvangen. Feiten en omstandigheden, die nopen tot de conclusie dat de belanghebbende op 22 december 2003 - de datum waarop de in één geschrift, met kenmerk 6, vervatte bezwaren inzake de in geschil zijnde grondwaterbelasting is opgesteld - dan wel op 29 december 2003 - de datum van ontvangst van het vorenbedoelde geschrift - redelijkerwijs mocht menen dat de betaling door de rijksbelastingdienst was ontvangen zijn gesteld noch gebleken. Mitsdien is het bezwaar tegen de voldoening op aangifte over het tijdvak november 2003 niet-ontvankelijk.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
