Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6852

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 02-10-2007 · zaaknummer C0501614-MA

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het gaat op dit punt om de vraag of [appellant] terecht heeft gesteld dat hij ten tijde van de ondertekening van de overeenkomst niet in staat was om zijn wil te bepalen en indien dit het geval was, of [geïntimeerde c.s.] er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat de verklaring van [appellant] overeenstemde met zijn wil. Het hof stelt voorop dat de stelplicht en de bewijslast inzake de stelling van [appellant] dat hij op of omstreeks 21 december 2001 niet in staat was zijn wil te bepalen, op [appellant] rusten. Volgens de huisarts maakte [appellant] in december 2001 op hem een uitgebluste indruk, moe, emotioneel en instabiel. Dit betekent op zich zelf echter niet dat [appellant] in december 2001 niet in staat was zijn wil te bepalen. Het hof acht op dit punt van belang dat gesteld noch gebleken is dat [appellant] in december 2001 psychische hulp heeft gezocht of gekregen. [..] [appellant] voert voor zijn standpunt dat hij niet in staat was zijn wil te bepalen voorts aan dat de overeenkomst van 21 december 2001 voor [appellant] ongunstig was. Het hof overweegt op dit punt als volgt. Ten tijde van de beëindiging van het dienstverband van [appellant] met [geïntimeerde sub 1] waren de verhouding tussen [appellant] en [geïntimeerde sub 1] ernstig verstoord. Met de overeenkomst ging [appellant] weliswaar akkoord met beëindiging van een langdurig dienstverband, doch daar stond tegenover dat [appellant] tegenover de onzekerheid van de gevolgen van een mogelijke ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst de zekerheid kreeg die de beëindigingsovereenkomst hem bood en daarmee de mogelijkheid om gedurende drie jaar met behoud van een vaste vergoeding een eigen praktijk op te bouwen. [..] Het hof kan dus niet tot de conclusie komen dat de gesloten beëindigingsovereenkomst nadelig was voor [appellant] in de zin van artikel 3:41, lid 1, BW, zodat er geen grond is voor het vermoeden dat [appellant] ten tijde van de totstandkoming van deze overeenkomst niet in staat was zijn wil te bepalen.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.