ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6046
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14-08-2007 · zaaknummer R200700050
Inhoudsindicatie
Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat de overeenkomsten de volmachtverlening tussen projectontwikkelaar en grondeigenaar de kennelijke strekking hebben inbreuk te maken op het voorkeursrecht van de gemeente. Anders dan blijkens beroepsgrond 1 wordt gesteld, is de (bewuste of onmiskenbare) bedoeling van partijen bij een rechtshandeling niet van belang voor de beantwoording van de vraag of wordt voldaan aan het kennelijke-strekkingsvereiste van artikel 26 Wvg. Niet nodig is dat partijen bij het aangaan van de rechtshandeling de bedoeling hebben of zich ervan bewust zijn dat de handeling afbreuk doet aan de voorkeurspositie van de gemeente. Voldoende en bepalend is dat de rechtshandeling zodanig is opgezet dat weliswaar geen -door artikel 10 lid 1 Wvg geblokkeerde- vervreemding (in de zin van artikel 1 sub a Wvg) plaatsvindt, maar materieel wel een daarmee gelijk te stellen resultaat wordt bereikt doordat (in enigerlei mate) de beschikkingsmacht over en het economische belang bij de grond wordt overgedragen. Heeft de rechtshandeling op zichzelf beschouwd (in enigerlei mate) een afbreuk doend effect, dan is voldaan aan het kennelijke-strekkingsvereiste.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- C.O. Prins
- M.G.G. van Nisselroij
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
