Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2845

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31-07-2007 · zaaknummer C0601539

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het hof overweegt hierover het volgende. [appellant] gaat er van uit dat hij geen dwangsommen heeft verbeurd, zodat de executie door [persoon 1] onrechtmatig is geweest en bijgevolg de aankoop door [geïntimeerde] eveneens onrechtmatig. Hij verliest hierbij uit het oog dat het er niet om gaat dat vastgesteld wordt dat de dwangsommen inderdaad zijn verbeurd, maar dat komt vast te staan dat zij niet zijn verbeurd. Het gaat hier immers om zijn stelling die hij ook dient waar te maken. Zolang dat niet is gebeurd, dient het ervoor gehouden te worden dat de dwangsommen zijn verbeurd en dat [persoon 1] op goede gronden tot executie is overgegaan. Aan [geïntimeerde], die alleen als koper bij de veiling is betrokken, valt hierbij niets te verwijten. [appellant] is er tot dusver niet in geslaagd deze stelling waar te maken, getuige de uitkomst van de door hem tegen [persoon 1] aangespannen procedure die heeft geleid tot het vonnis van 10 mei 2006. Wanneer [appellant] in die zaak in hoger beroep een voor hem gunstiger resultaat weet te bereiken, in die zin dat komt vast te staan dat [persoon 1] ten onrechte tot executie is overgegaan, betekent dat alleen nog iets in de verhouding tussen [appellant] en [persoon 1]. Ook onder die omstandigheden geldt nog steeds dat [geïntimeerde] alleen als koper bij de executie betrokken is. Ook indien [geïntimeerde] voorafgaande aan de veiling op de hoogte was van de kwestie tussen [appellant] en [persoon 1], hetgeen zij betwist, brengt dat op zich genomen niet mee dat zij tegenover [appellant] onrechtmatig handelt door de woning op de veiling te kopen. Er zijn wellicht omstandigheden denkbaar waaronder een koper ten opzichte van de eigenaar onrechtmatig handelt door de transactie aan te gaan, maar van omstandigheden die een dergelijke conclusie rechtvaardigen is in dit geval niets gebleken. Ook de enkele verwijzing naar artikel 6:99 BW door [appellant] leidt niet tot een ander resultaat. Op basis van hetgeen in dit kort geding door [appellant] aan concrete feiten en omstandigheden omtrent het handelen van [geïntimeerde] naar voren is gebracht, kan niet worden gezegd dat sprake is van enige vordering van [appellant] op [geïntimeerde]. De consequentie hiervan is dat het hof tot dezelfde slotsom komt als de voorzieningenrechter in het vonnis waarvan beroep, dat de grief wordt verworpen en dat het vonnis wordt bekrachtigd. [appellant] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

  • [geïntimeerde]

    geïntimeerde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.