Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2231

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28-06-2007 · zaaknummer 06/00183

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende stelt zich op het standpunt, dat de uitkeringen geen pensioenuitkeringen vormen, maar uitkeringen uit een kapitaalverzekering. Op deze kapitaalverzekering is volgens belanghebbende artikel AL van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Invoeringswet) van toepassing. Belanghebbende beroept zich in dat verband op de uitspraak van het Hof van 1 februari 2002, nr. 99/30066, VN 2002/24.12. Het Hof overweegt dienaangaande als volgt. Artikel 1.7, lid 2, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Wet IB 2001) bepaalt, voor zover hier van belang: "In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder pensioenregeling: a. [...]; b. [...]; c. een regeling van een andere mogendheid, die volgens de belastingwetten van dat land, welke naar aard en strekking overeenkomen met de Nederlandse loonbelasting of de inkomstenbelasting, als een pensioenregeling wordt beschouwd.". Volgens het bepaalde in artikel 3.82, aanhef en onderdeel c, van de Wet IB 2001, worden tot het loon gerekend uitkeringen op grond van een pensioenregeling van een andere mogendheid als bedoeld in artikel 1.7, lid 2, onderdeel c, behoudens voor zover aannemelijk is, dat over de aanspraken ingevolge die pensioenregeling heffing naar het inkomen heeft plaatsgevonden, die naar aard en strekking overeenkomt met de loonbelasting of de inkomstenbelasting. Op of omstreeks de datum, waarop belanghebbende de zestigjarige leeftijd heeft bereikt, ontving hij de onderhavige eenmalige uitkeringen. Deze uitkeringen komen voort uit een door belanghebbendes werkgever gesloten groepsverzekering, welke naar het oordeel van het Hof naar Belgisch recht is aan te merken als een aanvullende pensioenregeling. Het Hof verwijst ter zake naar het als bijlage 26 bij het verweerschrift bij de Rechtbank overgelegde "Groepsverzekeringsreglement", waarin onder andere gesproken wordt van "pensioenkapitaal" (artikel 1), "pensioenleeftijd", "pensioenanciënniteit" en "raming van het wettelijke pensioen" (artikel 2) en "rustpensioen" (artikel 4). Uit de tekst van het Groepsverzekeringsreglement blijkt naar het oordeel van het Hof, dat sprake is van een pensioenregeling. Verder heeft belanghebbende van de uitkeringen een jaaropgave ontvangen, welke jaaropgave het opschrift draagt "pensioenfiche". Volgens die jaaropgave is over de uitkeringen een inkomstenbelasting geheven van 16,5%, overeenkomstig het in bijlage 24 van het verweerschrift bij de Rechtbank beschreven Belgische fiscale stelsel, waarvan door de Inspecteur onweersproken is gesteld, dat dit van toepassing is op de onderhavige uitkeringen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.