ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2211
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19-06-2007 · zaaknummer R200700344
Inhoudsindicatie
De hoofdregel met betrekking tot de bevoegdheid in internationale zaken is dat deze bevoegdheid dient te worden beoordeeld naar het tijdstip waarop in eerste aanleg een procedure aanhangig wordt gemaakt. Indien deze bevoegdheid op dat moment bestaat, kan in beginsel daarin tijdens de verdere procedure geen verandering meer komen (het perpetuatio fori beginsel). Hierop zijn echter uitzonderingen mogelijk. De grondslag van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in kinderontvoeringszaken is gelegen in de doelstelling van het Haags Kinderontvoeringsverdrag, te weten de onmiddellijke terugkeer van het kind naar de staat van zijn gewone verblijfplaats. Voor deze bevoegdheid is vereist het feitelijk verblijf van het kind in Nederland. Ten tijde van de indiening van het teruggeleidingsverzoek door de Centrale Autoriteit had het kind haar feitelijke verblijfplaats in Nederland, zodat de Nederlandse rechter in eerste aanleg bevoegd was om kennis te nemen van het verzoek van de Centrale Autoriteit. Thans verblijft het kind niet meer in Nederland. Zij is samen met de vader op 13 april 2007 vertrokken naar Australië. Naar analogie van de jurisprudentie waarin een uitzondering op het perpetuatio fori beginsel wordt toegestaan in geval van een wijziging van de gewone verblijfplaats van het kind in zaken met betrekking tot gezagsvoorzieningen, is naar het oordeel van het hof juist ook in de onderhavige zaak een inbreuk op voornoemd beginsel gerechtvaardigd. Indien geen sprake meer is van een feitelijk verblijf van het kind in Nederland, kan ook geen sprake meer zijn van een bevoegdheid van de Nederlandse rechter om op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag op een teruggeleidingsverzoek te beslissen en is het treffen van een ordemaatregel niet meer noodzakelijk. Het hof acht zich onbevoegd om kennis te nemen van het door de moeder ingestelde hoger beroep. Voor zover het hof al bevoegd zou zijn, heeft de moeder naar het oordeel van het hof geen belang meer bij dit hoger beroep en dient zij ten aanzien hiervan alsnog niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het kind verblijft samen met haar vader in Australië en ook de moeder is weer naar Australië vertrokken. Nu het kind feitelijk geen verblijf meer heeft in Nederland, bestaat er noch bij een beslissing tot gelasting van terugkeer, noch bij een beslissing tot weigering van terugkeer een belang. Bovendien is geen sprake meer van een situatie waarop de in het verdrag beoogde samenwerking tussen staten betrekking heeft en waarin een ordemaatregel getroffen zou moeten worden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
