ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2001
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 06-03-2007 · zaaknummer k05/1019
Inhoudsindicatie
Vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand na een (afgewezen) beklag ex. art. 12 Sv.; art. 591a Sv. Ten aanzien van de periode dat verzoeker als verdachte was aangemerkt had verzoeker, overeenkomstig het bepaalde in artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering, binnen drie maanden na de sepotbeslissing het verzoek tot toekenning van een vergoeding van de kosten van een advocaat bij de rechtbank moeten indienen. Nu verzoeker eerst geruime tijd na de sepotbeslissing van 13 december 2004 – […] – zijn verzoek heeft ingediend bij het gerechtshof, te weten op 12 mei 2006, is verzoeker in zoverre niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Ten aanzien van de periode dat verzoeker als beklaagde in de beklagprocedure betrokken is geweest overweegt het hof als volgt: […] Het beklag over het niet vervolgen van strafbare feiten is uitputtend geregeld in het eerste boek, titel 1, vierde afdeling van het Wetboek van Strafvordering, omvattende de artikelen 12 tot en met 13a. In die afdeling is niet voorzien in een regeling tot vergoeding door de overheid van de kosten van bijstand of vertegenwoordiging door een advocaat aan een partij in de beklagprocedure. Zulks leidt tot de conclusie dat voor toekenning van de in het verzoekschrift bedoelde vergoeding voor bijstand door een advocaat in de beklagprocedure geen wettelijke grondslag aanwezig is zodat verzoeker ook voor dat deel niet in zijn verzoek kan worden ontvangen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- J.P.F. Rijken
- P.F.M. Gulickx
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
