ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1683
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 03-07-2007 · zaaknummer C0501257
Inhoudsindicatie
Het hof overweegt hierover het volgende. De bewezenverklaring van het strafrechtelijk arrest van dit hof van 14 november 2001 levert op grond van artikel 161 Rv, dat hier van toepassing is, dwingend bewijs op van het feit dat "appellant" "zijn ex-echtgenote" opzettelijk van het leven heeft willen beroven en dat hij haar met die opzet met een mes in de nek heeft gestoken. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat het hierbij ging om een opengeklapt mes met een lemmet van ongeveer 10 cm dat "appellant" in zijn rechterhand hield en dat hij met een kappende beweging in één vloeiende beweging links in de nek van "zijn ex-echtgenote" heeft gestoken, waarbij het complete lemmet in de nek van "zijn ex-echtgenote" terecht is gekomen. Uit dat gegeven en uit de verschillende getuigenverklaringen van de overige aanwezigen blijkt dat de steekbeweging met kracht is uitgevoerd. Voor enige andere lezing van het gebeurde is geen enkele aanwijzing te vinden in het proces-verbaal, het strafarrest of hetgeen overigens in deze procedure naar voren is gebracht. In het stafarrest is het beroep van "appellant" op noodweer dan wel noodweerexces verworpen, terwijl hij in licht verminderde mate toerekeningsvatbaar werd geoordeeld. De omstandigheden die "appellant" in dit verband als verweer heeft aangevoerd [...] hebben in de strafrechtelijke procedure niet tot een ander oordeel geleid. Ook in de onderhavige procedure is dat niet het geval. Immers, uit de bewezenverklaring van het strafarrest blijkt dat "appellant" met het toebrengen van de messteek heeft beoogd "zijn ex-echtgenote" van het leven te beroven. Dat feitelijke eindpunt van het strafarrest is tevens het beginpunt van de beoordeling in de onderhavige procedure. Hetgeen "appellant" met betrekking tot de omstandigheden van het geval naar voren brengt, kan daaraan niet afdoen. "Appellant" heeft "zijn ex-echtgenote" met een mes, een voorwerp dat geëigend is om ernstig letsel mee toe te brengen, met opzet in één vloeiende beweging met kracht diep in de nek gestoken. Dit handelen kan naar het oordeel van het hof niet anders worden geduid dan het beogen van het in feite toegebrachte letstel of zich ervan bewust zijn dat dit het gevolg van zijn handelen zou zijn. Dit betekent dat toepassing van het hiervoor onder 4.4 aangehaalde criterium meebrengt dat Fortis zich in dit geval met vrucht op de opzetclausule kan beroepen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
