Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2007:BB0192

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11-04-2007 · zaaknummer 04/01699

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Anders dan in de gevallen waarop de in 4.5 genoemde arresten zien, is in de onderhavige zaak de problematiek niet uitvoerig aan de orde geweest tijdens de parlementaire behandeling van de Wet IB 2001. De wetgever is er kennelijk van uitgegaan dat met de Wet IB 2001 - in het bijzonder met de toevoeging in artikel 3.82: "hem als werknemer in de zin van de wettelijke bepalingen van de loonbelasting" - geen inhoudelijke wijziging is beoogd ten opzichte van de Wet IB 1964. Van een welbewust van de bedoeling van de wetgever afwijkende formulering is naar het oordeel van het hof in het onderhavige geval dan ook geen sprake. Van een schending van het rechtszekerheidsbeginsel door aan de ongewijzigde bedoeling van de wetgever voorrang te verlenen boven een strikt grammaticale uitleg, kan, gelet op hetgeen onder de Wet IB 1964 gold, naar het oordeel van het hof geen sprake zijn. Hierbij merkt het hof op dat de door belanghebbende voorgestane striktgrammaticale uitleg bovendien tot een niet te rechtvaardigen onderscheid zou leiden tussen werknemers met en zonder inhoudingsplichtige in de zin van de Wet LB. Onder de Wet IB 1964 had artikel 42, derde lid, naast de meest voorkomende situatie, dat sprake was van loon als bedoeld in artikel 22, tweede lid, aanhef en onderdeel b, ook zelfstandige betekenis voor die gevallen, waarin een werknemer of een inhoudingsplichtige, zoals omschreven in de Wet LB 1964, ontbrak. Naar het oordeel van het hof is onder de Wet IB 2001 evenmin vereist dat het voordeel aangemerkt moet kunnen worden als loon om te kunnen behoren tot het belastbare inkomen uit werk en woning. Immers, voor het geval belanghebbendes salaris, dat hier niet in geschil is, en het voordeel niet aangemerkt kunnen worden als (belastbaar) loon in de zin van de Wet IB 2001, vormen het salaris en het voordeel op grond van het bepaalde in artikel 3.90 van de Wet IB 2001 belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. Belanghebbende is van mening dat de rangorderegeling als bedoeld in artikel 2.14 van de Wet IB 2001 dit verhindert. Deze opvatting moet naar het oordeel van het hof echter worden verworpen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.