ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6804
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24-04-2007 · zaaknummer C0401316
Inhoudsindicatie
Het hof overweegt dat, wat er zij van het door geïntimeerde aangevoerde, dit onverlet laat dat de door [persoon 3] met geïntimeerde gesloten overeenkomst in strijd met art. 3:43 BW, en dus nietig was, en dat daaruit van rechtswege in beginsel een schadevergoedingsverplichting van [persoon 3] jegens geïntimeerde voortvloeide. De stelling van geïntimeerde dat de lezing van appellanten van art. 3:43 BW niet juist zou zijn, omdat schadeplichtig ingevolge dit artikel slechts de verkrijger van een goed is, en het in casu niet tot daadwerkelijke juridische verkrijging van het pand door [persoon 3] is gekomen, wordt niet gevolgd. Er is ingevolge art. 3:43 lid 1 onder a BW sprake van nietigheid van rechtswege van rechtshandelingen "die (...) strekken tot verkrijging", zodat ook de in casu gesloten mondelinge koopovereenkomst met [persoon 3] daardoor wordt getroffen, en er in beginsel schadeplichtigheid aan de zijde van de koper is ontstaan. De stelling zijdens geïntimeerde bij pleidooi dat geïntimeerde geen enkele schadepost naar aanleiding van het niet doorgaan van de verkrijging weet te bedenken, maakt dit niet anders.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
