Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4876

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29-01-2007 · zaaknummer R200600798

Civiel recht; Civiel recht; InsolventierechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Hof ’s-Hertogenbosch, 29 januari 2007, R200600798: Art. 15b lid 1 en lid 3 Fw Bij vonnis van 9 augustus 2005 heeft de rechtbank op grond van artikel 350, derde lid sub c en d Faillissementswet (Fw) de ten aanzien van appellante van toepassing zijnde schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd. Vervolgens is appellante van rechtswege in staat van faillissement komen te verkeren vanwege de door de rechtbank gehanteerde gronden voor tussentijdse beëindiging. Appellante heeft in eerste aanleg verzocht om het uitgesproken faillissement op te heffen onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Bij vonnis, waarvan beroep, is appellante niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. Het hof overweegt als volgt. Op grond van het bepaalde in artikel 15b lid 3 sub b juncto lid 1 Fw kan de rechtbank op verzoek van de gefailleerde niet diens faillissement opheffen onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling indien de schuldenaar in staat van faillissement verkeert door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Met deze bepaling heeft de wetgever willen tegengaan dat een schuldenaar die tijdens de schuldsaneringsregeling failliet is verklaard, vervolgens dat faillissement weer kan doen omzetten in een schuldsaneringsregeling, enzovoorts. Bij een afwijzing van het verzoek dient de rechter het verzoek mede te toetsen aan de in artikel 288 Fw opgenomen weigeringsgronden, waarbij voor de toepassing van artikel 15b de eventuele weigeringsgrond van artikel 288, tweede lid onder a (het dan lopende faillissement) geen betekenis heeft. Op grond van het voormelde is het hof, anders dan de rechtbank, van oordeel dat artikel 15b lid 3 sub b juncto lid 1 Fw niet leidt tot niet-ontvankelijkheid, doch een toetsing vergt. Derhalve zal het hof het verzoek van appellante mede toetsen aan de bepalingen van artikel 288 Fw.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.