ECLI:NL:GHSHE:2006:BA1086
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18-04-2006 · zaaknummer C0300541
Inhoudsindicatie
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat partijen in art.7 lid 2 van de dealerovereenkomst gesloten met ingang van 1 januari 2001 geen van de wet afwijkende regeling zijn overeengekomen, behoudens voor wat betreft de nieuwe aansluitingen. Ingevolge artikel 7:431 lid 1 sub b BW is Vodafone derhalve gehouden om gedurende de looptijd van de dealerovereenkomst (tot 1 maart 2003) aan BTC vergoedingen te betalen voor door Vodafone verrichte verlengingen voor klanten die laatstelijk - dwz direct daaraan voorafgaand- door BTC werden aangebracht of bediend, derhalve voor de klanten waarmee Vodafone een verlenging met een contract voor bepaalde tijd heeft afgesloten. Dit geldt derhalve ook voor klanten die via BTC laatstelijk contracten hebben gesloten en vroeger rechtstreeks bij Vodafone klant waren of via een andere dealer waren aangebracht. Voor contracten voor bepaalde tijd gesloten door BTC die zonder dat een nieuw contract voor bepaalde tijd werd gesloten en die derhalve doorlopen bij Vodafone (voor onbepaalde tijd) of door tussenkomst van een andere dealer voor bepaalde tijd, is mitsdien geen (verlengings)vergoeding verschuldigd behalve de regeling van de air-time vergoedingen voorzover van toepassing.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
