Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2006:BA0775

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15-06-2006 · zaaknummer R200600521

Civiel recht; Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De vader van Aus. nationaliteit, en de moeder van Ned en Aus. nationaliteit, hebben in 1993 een affectieve relatie gekregen. Zij zijn in 1996 te Aus. met elkaar gehuwd. Uit dit huwelijk is een dochtertje geboren, C., die nu 6 jr oud is. De ouders zijn in nov 2004 samen met C. voor een langer verblijf naar Ned afgereisd. In feb 2005 is de vader i.v.m. zijn werk voor een periode van 4 mdn teruggekeerd naar Aus., terwijl de moeder en C. met instemming v.d. vader in Ned zijn gebleven. In jun 2004 heeft de moeder de vader per e-mail bericht dat zij het huwelijk met de vader wenste te beëindigen en dat zij met C. in Ned wenste te blijven. De vader is daarop een week later met zijn moeder naar Ned afgereisd. Halverwege jul 2005 is de vader teruggekeerd naar Aus.. Nadat terugkeer van C. naar Aus. op vrijwillige basis niet was te bewerkstelligen, heeft de Ned Centrale Autoriteit de rb verzocht om op grond v/h Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) de teruggeleiding van C. naar Aus. te gelasten. De rb heeft dit verzoek afgewezen op de grond dat voldoende vast is komen te staan dat de vader heeft berust in een definitief verblijf van C. in Ned in de zin van art. 13 lid 1 sub a HKOV. De CA kan zich met voornoemde beslissing niet verenigen en komt hiertegen, mede namens de vader, op. Het hof overweegt als volgt. In hb staat m.n. de vraag centraal of het beroep v.d. moeder op de weigeringsgrond van art. 13 lid 1 sub a HKOV slaagt, derhalve of de vader heeft toegestemd in, dan wel heeft berust in een definitief verblijf van C. in Ned. Vast staat dat de vader niet uitdrukkelijk heeft ingestemd met de achterhouding van C. in Ned. Om te beoordelen of wel sprake is van berusting a/d zijde v.d. vader dienen alle concrete omstandigheden v/h geval in aanmerking te worden genomen. Berusting kan worden afgeleid uit het stilzitten door de achterblijvende ouder of juist uit een door hem gestelde daad. Van belang is of de achterblijvende ouder – i.c. de vader – zich op een wijze heeft gedragen die niet in overeenstemming is met zijn latere verzoek tot teruggeleiding. Relevante omstandig-heden zijn o.m. het moment waarop uitlatingen door de achterblijvende ouder zijn gedaan, de emotionele toestand van deze ouder op dat moment, de duur v.d. eventuele berusting en de omstandigheden die van invloed waren op deze duur, alsmede of de achterblijvende ouder op het moment van eventuele berusting op de hoogte was of geacht kon worden te zijn v.d. ongeoorloofdheid v.d. achterhouding of meeneming v/h kind. In dit kader dient naar het oordeel v/h hof gekeken te worden naar de gedragingen v.d. achterblijvende ouder zelf, zowel in actieve als passieve zin, en niet naar de wijze waarop anderen deze gedragingen hebben opgevat. Het laatste zou immers gebaseerd kunnen zijn op niet volledige, subjectieve of onnauwkeurige waardering v.d. relevante omstandigheden. Beslissend is of uit objectieve omstandigheden kan worden afgeleid dat de vader – gelet op diens actieve of passieve gedragingen – heeft aanvaard dat het hoofdverblijf van C. voortaan bij de moeder in Ned zou zijn. Het hof is van oordeel dat bovengenoemde vraag dient te worden beantwoord in het licht v/e langdurig, doch tijdelijk verblijf v.d. ouders en C. in Ned, dit gelet het feit dat niets was geregeld t.a.v. de woning in Aus. en de verblijfstitel v.d. vader in Ned, de geboekte vliegtickets retourtickets waren en de moeder C. in eerste instantie had aangemeld voor de kleuterschool in Aus. per 1 september 2005. Voorts overweegt het hof dat, ook al zou de vader bij de moeder en haar familie mogelijk de indruk hebben gewekt de definitieve vestiging van C. in Ned geaccepteerd te hebben, dit de moeder niet kan baten. Genoegzaam kan worden aangenomen dat de vader tijdens zijn korte verblijf in Ned na het emailbericht v.d. moeder van juni 2005 in een zodanige emotionele toestand verkeerde dat hij de situatie niet kon overzien en dat de breuk tussen hem en de moeder en de gevolgen daarvan nog niet (volledig) tot hem waren doorgedrongen. Onder de gegeven omstandigheden behoefde dit naar het oordeel v/h hof ook niet v.d. vader verwacht te worden. Voor zover er al sprake is van enige vorm van berusting aan de zijde v.d. vader, dient deze te worden opgevat als een berusting in een tijdelijk verblijf van C. in Ned met het oog op een niet uit te sluiten mogelijkheid van terugkeer naar Aus., hetgeen naar het oordeel v/h hof niet te kwalificeren is als een berusting zoals bedoeld in artikel 13 lid 1 sub a HKOV. Dit geldt evenmin voor de gedragingen v.d. vader na zijn terugkeer naar Aus. in juli 2005, aangezien voldoende vast staat dat de vader vrijwel onmiddellijk in Aus. actie heeft ondernomen met betrekking tot C. en dat deze actie bekend is gemaakt en geworden aan de moeder. Nu geenszins is vast komen te staan dat sprake is van berusting door de vader in een definitief verblijf van C. in Ned, is art. 13 lid 1 sub a HKOV niet van toepassing. Het beroep v.d. moeder op art. 12 lid 2 HKOV (worteling van C. in Ned) gaat evenmin op, aangezien minder dan één jaar is verstreken tussen de ongeoorloofde achterhouding van C. in Ned en het indienen v/h verzoek tot teruggeleiding door de CA. Art. 13 lid 1 sub b HKOV mist eveneens toepassing, nu de moeder niet aangetoond heeft dat een terugkeer naar Aus. C. zou blootstellen aan lichamelijk of geestelijk gevaar, waardoor zij i.e ondraaglijke toestand wordt gebracht. T.a.v. het beroep v.d. moeder op het ontbreken v/e verklaring ex art. 15 HKOV overweegt het hof dat het in dat artikel genoemde verzoek om een verklaring of een beslissing v.d. autoriteiten v.d. staat v.d. gewone verblijfplaats v/h kind ter zake v.d. ongeoorloofdheid v.d. achterhouding v/h kind geen voorwaarde is in die zin dat de terugkeer v/h kind afhangt v.d.ze verklaring of beslissing. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het verzoek v.d. CA tot teruggeleiding van C. naar Aus. alsnog dient te worden toegewezen. Volgt vernietiging v.d. bestreden beschikking v.d. rb.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.