Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2006:BA0758

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 07-06-2006 · zaaknummer R200501002

Civiel recht; Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Partijen zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn twee thans nog minderjarige kinderen geboren. De rechtbank heeft in eerste aanleg het verzoek van de man tot nihilstelling van de kinder- en partneralimentatie afgewezen. De man kan zich met deze beslissing niet verenigen en komt hiertegen op. Het hof overweegt als volgt. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (onder meer HR 23 januari 1998, NJ 1998, 707) komt naar voren dat het bij de bepaling van de draagkracht van een onderhoudsplichtige niet alleen aankomt op het inkomen dat hij verwerft, maar ook op het inkomen dat hij geacht kan worden zich redelijkerwijs in de naaste toekomst te verwerven. Bij een inkomensachteruitgang dient in de eerste plaats de vraag beantwoord te worden of de onderhoudsplichtige door zijn gedragingen zelf een vermindering van zijn inkomen heeft teweeggebracht. In casu is de inkomensvermindering aan de zijde van de man het gevolg van zijn beslissing om eind 2001/begin 2002 ontslag te nemen bij het casino en zich als natuurgeneeskundige volledig bezig te houden met zijn onderneming. De inkomensvermindering aan de zijde van de man is derhalve teweeggebracht door zijn eigen gedragingen. Het hof neemt daarbij voorts in aanmerking dat de man gezien het feit dat hij al sinds 1997 parttime als zelfstandig ondernemer werkzaam was, wist, althans had kunnen weten, dat zijn winst uit onderneming ver achter zou blijven bij zijn inkomen uit dienstbetrekking. De vraag die vervolgens aan de orde komt, is of de onderhoudsplichtige redelijkerwijs in staat moet worden geacht zich opnieuw het oorspronkelijk inkomen te gaan verwerven en of de onderhoudsgerechtigde dit ook van hem kan vergen. De man stelt dat hij vanwege psychische problemen, alsmede op grond van medische bezwaren van algemene aard niet langer in staat was om de werkzaamheden bij het casino te verrichten en dat hij om die reden genoodzaakt was zijn arbeidsovereenkomst bij het casino eind 2001 te beëindigen. Het hof is echter van oordeel dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat destijds sprake is geweest van objectief vastgestelde medische bezwaren tegen het voortzetten van de werkzaamheden bij het casino of bij een andere werkgever. Gelet hierop en op de tegenvallende resultaten van zijn onderneming en zijn dringende onderhoudsverplichtingen jegens de vrouw en de kinderen, van welke verplichtingen de man op de hoogte was ten tijde van het nemen van zijn ontslag bij het casino, mag naar het oordeel van het hof van de man worden gevergd dat hij bij hetzelfde of een ander casino of bij een andere werkgever een zodanig inkomen verwerft dat hij in staat is om de geldende onderhoudsbijdragen te voldoen. Het hof gaat er derhalve van uit dat aan de zijde van de man sprake is van voor herstel vatbaar inkomensverlies en dat van hem gevergd kan worden dat hij zijn oorspronkelijke inkomen verwerft. De inkomensachteruitgang aan de zijde van de man dient derhalve voor zijn eigen rekening en risico te komen en dient buiten beschouwing te worden gelaten.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.