ECLI:NL:GHSHE:2006:AY9526
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 03-10-2006 · zaaknummer C0401253
Inhoudsindicatie
De aangehaalde bepaling in de overeenkomst van geldlening schept weliswaar de mogelijkheid dat het hypotheekrecht van [appellante] door een tussenkomende onderhoudshypotheek minder waard wordt, maar op de peildatum voor de schade, 5 november 2003, was van een dergelijke hypotheek geen sprake. Dat betekent dat de hypotheek ten behoeve van [appellante] wanneer deze tijdig was verstrekt de rangorde van 2e hypotheek had gehad en niet van 3e hypotheek ná de onderhoudshypotheek. Die was er op dat moment immers niet. Door [geïntimeerde] is verder in het geheel niet onderbouwd dat het enkele feit dat die regeling er was een negatieve invloed heeft op de waarde van de hypotheek die aan [appellante] verstrekt had moeten worden. Dit brengt mee dat de grief van [geïntimeerde] in het incidenteel appel verworpen wordt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
