ECLI:NL:GHSHE:2006:AX9338
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24-05-2006 · zaaknummer 03/01375
Inhoudsindicatie
Zoals in 4.4 is overwogen wijst artikel 15, lid 1, van het belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk voor niet-zelfstandige arbeid de heffing toe aan de werkstaat, in casu Nederland, en maakt lid 2 van artikel 15 een uitzondering op die hoofdregel. De bewijslast dat is voldaan aan de (cumulatieve) voorwaarden voor toepassing van lid 2, rust op belanghebbende. Een van de voorwaarden is, blijkens de tekst van letter a van lid 2, dat de beloninggenietende in de werkstaat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken, die in het belastingjaar van de werkstaat een totaal van 183 dagen niet te boven gaan. Belanghebbende heeft tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat een of meer van de 696 verloonde werknemers in 2000 in totaal niet meer dan 183 dagen in Nederland verbleef/verbleven. Gelet op het hiervoor in 4.2.1 t/m 4.5 vermelde was Nederland voor alle 696 verloonde werknemers heffingsbevoegd voor de loonbelasting.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
