ECLI:NL:GHSHE:2006:AX3106
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29-03-2006 · zaaknummer 04/01884
Inhoudsindicatie
Na de sloop van het schoolgebouw ontstond overeenkomstig de in 4.2 aangehaalde wetsgeschiedenis onbebouwde grond. Naar het oordeel van het hof dient derhalve te worden beoordeeld of met betrekking tot de levering van deze onbebouwde grond voldaan is aan een van de voorwaarden van het onder 4.1 aangehaalde vierde lid van artikel 11. Het hof acht aannemelijk dat de activiteiten die na de sloop aan de grond zijn verricht, zoals de zuivering van puinstukken en de egalisatie van de grond, mede gelet op hetgeen het hof heeft overwogen in 4.3 met betrekking tot de aanleiding voor de sloop, plaatsgehad hebben met het oog op de bebouwing van de grond. Dit volgt ook uit de passage in de notariële akte, aangehaald onder 2.1. Er is derhalve reeds daarom sprake van een bouwterrein als bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel a, ten eerste, van de Wet OB, zodat de verkrijging krachtens levering van de grond ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet BRV is vrijgesteld van de heffing van overdrachtsbelasting.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
