ECLI:NL:GHSHE:2006:AV4210
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26-01-2006 · zaaknummer R200501005
Inhoudsindicatie
Omgang tussen de broertjes hangt voor Y af van twee voorwaarden, te weten: - een goede communicatie tussen de moeder en de vader onderling, en - de toestemming van beide ouders om ongestoord contact met X te hebben. Het hof acht forensische mediation (deskundigenbenoeming met behulp van conflictbemiddeling) op dit moment feitelijk de enige mogelijkheid om de bestaande situatie te doorbreken en daarin verandering te brengen. De psychische draagkracht van de moeder is echter thans niet voldoende om het traject van forensische mediation in te gaan. Hierdoor kan niet voldaan worden aan de hiervoor genoemde voorwaarden voor de omgang tussen de broertjes, welke voorwaarden, naar het hof meent, essentieel zijn voor de verzochte omgang. Daar komt nog bij dat het hof zich grote zorgen maakt over de broertjes. Naar het oordeel van het hof is er sprake van een groot loyaliteitsconflict aan de zijde van beide jongens. Ten aanzien van X geldt dat hij thans wordt bijgestaan door een kinderpsycholoog. Y heeft, zo is ter zitting gebleken, zeer recent hulp via Stichting Bureau Jeugdzorg gekregen omdat het niet goed met hem gaat en hij klachten heeft die zich onder andere uiten in migraineaanvallen. Hoezeer het hof het ook in het belang van de broertjes acht dat er omgang tussen hen beiden komt, is het toch van oordeel dat gelet op het bovenstaande, er op dit moment in de eerste plaats rust moet komen in het gezin waartoe moeder en Y behoren. Het belang van Y verzet zich tegen de vaststelling van een omgangsregeling en Y moet, nu niet kan worden voldaan aan de hiervoor genoemde voorwaarden, geacht worden bezwaar te hebben tegen de bedoelde omgang (art. 1:377f BW). Nu het hof niet toekomt aan het vaststellen van een omgangsregeling tussen X en Y en het hof samen met de ouders van oordeel is dat de omgang tussen Y en X prioriteit dient te krijgen, ziet het hof evenmin een mogelijkheid om thans een omgangsregeling tussen de ouders en Y en X vast te stellen. De omgang tussen de vader en Y is in strijd met de zwaarwegende belangen van Y, zo blijkt uit het voorgaande. Het hof acht de moeder thans kennelijk niet in staat tot omgang met X op grond van hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van haar psychische draagkracht en haar onvermogen om het traject van forensische mediation –noodzakelijk voor het herstel van de communicatie, hetgeen een voorwaarde is voor omgang- in te gaan (art. 1:253 a BW). Overigens is het hof van oordeel dat de vader en de moeder er alles aan moeten doen, bijvoorbeeld door thans individueel deskundige hulp te zoeken voor hun problemen, om te bewerkstelligen dat er zo spoedig mogelijk voldoende inzicht en spankracht wordt opgebouwd om de communicatie met elkaar te kunnen herstellen op ouderniveau. Pas als een enigszins normale communicatie weer op gang is gekomen tussen de ouders, ziet het hof mogelijkheden voor omgang tussen de tweeling onderling en tussen de jongens en de ouder waar zij niet verblijven.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
