ECLI:NL:GHSHE:2006:AV0724
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 01-02-2006 · zaaknummer 20-010320-05
Inhoudsindicatie
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte wist dat de voorgenomen carjacking gepaard zou kunnen gaan met geweld of bedreiging met geweld tegen de bestuurder van de weg te nemen auto. De verdachte wist immers dat bij deze vorm van autodiefstal - anders dan bij een diefstal, waarbij ongezien een auto wordt weggenomen - de confrontatie met die eigenaar/bestuurder van de weg te nemen auto onvermijdelijk was, omdat het er nu juist om ging niet alleen die auto, maar ook de bijbehorende sleutels weg te nemen. In zoverre kan de verdachte worden verweten dat hij met andere leden van de groep, waarvan hij die avond en nacht deel uitmaakte, opzet heeft gehad op de diefstal van de personenauto, alsmede op het daarbij eventueel uit te oefenen geweld. Voor de beantwoording van de vraag of de verdachte tevens opzet had op de opzettelijke levensberoving van het [slachtoffer 1], in die zin dat de verdachte wist dat het slachtoffer van het leven zou worden beroofd met het oogmerk de diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, de straffeloosheid te verzekeren of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, is vooreerst van belang, dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte aan het geweld jegens het [slachtoffer 1], dat tot zijn dood heeft geleid, noch een actieve noch een ondersteunende bijdrage heeft geleverd en dat verdachte, toen de fatale gewelddadigheden jegens het slachtoffer plaatsvonden, zich op enkele honderden meters afstand daarvan bevond in de auto van [medeverdachte 6]. Bovendien volgt uit de verklaring van [medeverdachte 4] bij de politie (dossierpagina 3037) dat de fatale fase van de geweldspleging jegens het [slachtoffer 1] is ingeleid door [medeverdachte 1], die gezegd heeft dat het slachtoffer zo niet achtergelaten kon worden, omdat hij hen later zou kunnen herkennen. Volgens zijn verklaring begreep [medeverdachte 4] uit deze bewoordingen dat [medeverdachte 1] bedoelde dat het slachtoffer gedood moest worden. [medeverdachte 4] heeft vervolgens verklaard dat hij en [medeverdachte 1] daarop hebben getracht het slachtoffer te verwurgen door beurtelings met hun voet op diens keel te gaan staan, waarna [medeverdachte 1] het slachtoffer ten slotte met een mes in de borststreek heeft gestoken. Uit de verklaring van [medeverdachte 4] leidt het hof af dat het opzet om het slachtoffer van het leven te beroven - met het oogmerk latere herkenning te voorkomen (waarbij [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] een evident belang hadden, aangezien zij bij het [slachtoffer 1] in de auto hadden gezeten) en zich aldus de straffeloosheid te verzekeren - bij hen, [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1], eerst is opgekomen op een moment dat de verdachte daarop, zou hij al hebben geweten of redelijkerwijze hebben kunnen voorzien wat zich enkele honderden meters verderop op het plateau van de Sint Pietersberg afspeelde, geen enkele invloed meer kon uitoefenen. Onder deze omstandigheden kan de verdachte niet worden verweten dat zijn opzet, in welke vorm dan ook, gericht is geweest op de dood van het slachtoffer, zodat de verdachte van het onder parketnummer 03-008445-04 primair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
