ECLI:NL:GHSHE:2006:AV0024
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11-01-2006 · zaaknummer R200500883
Inhoudsindicatie
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt onjuist heeft beantwoord, waardoor hij buiten het toepassingsgebied van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is getreden. Naar het oordeel van het hof is deze zogenaamde “doorbraakjurisprudentie” niet van toepassing op het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv. De vraag of de kantonrechter buiten het toepassingsgebied van art. 7:685 BW is getreden, aangezien hij in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt onjuist heeft beantwoord, zodat in weerwil van art. 7:685 lid 11 BW appel openstaat, heeft geen belang, omdat ook in dat geval de regel van art. 358 lid 4 Rv moet worden geëerbiedigd; deze maakt immers deel uit van de algemene regels voor rekestprocedures. Pas bij appel tegen de (al dan niet gedeeltelijke) eindbeschikking kan de hier bedoelde vraag aan de orde komen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
