ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9919
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31-05-2005 · zaaknummer C0400998-MA
Inhoudsindicatie
Bij inleidende dagvaarding, daterend van 18 september 2002 is de ontzetting gevorderd van [geïntimeerde] als executeur-testamentair. Voor de gronden tot afzetting verwijst art. 4:1069 BW (oud) naar de regels, geldend voor voogdij (art. 1:327 BW), met een verwijzing naar art. 1:448 lid 2 BW, de regeling het bewind betreffende. Voor de wijze waarop de afzetting aan de rechter voorgelegd dient te worden, vermeldt zowel art. 1:329 als 1:448 lid 3: "op verzoek". Op grond van art. 261 lid 2 Rv dient de rekesten procedure gevolgd te worden, indien in de wet staat vermeld: "op verzoek van". Daargelaten derhalve of het verzoek tot de rechtbank gericht had moeten worden, of tot de kantonrechter, in ieder geval had [appellant] niet de weg van de dagvaardingsprocedure mogen kiezen, hetgeen ook geldt voor de dagvaarding in hoger beroep. Sinds 1 januari 2002 kent het Wetboek van Rechtsvordering in art. 69 de zogenaamde wisselbepaling: indien de aanleggende partij het verkeerde spoor kiest zet de rechter ambtshalve de wissel om teneinde het geding volgens de voorgeschreven procesregels te laten verlopen. Er is geen goede reden om aan te nemen waarom deze bepaling niet tevens in hoger beroep geldt. Het hof dient genoemde bepaling ambtshalve toe te passen, nu zij van openbare orde is.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
