ECLI:NL:GHSHE:2004:AR4314
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10-08-2004 · zaaknummer KG C0400635-BR
Inhoudsindicatie
In dit kort geding vordert [appellante] een verbod aan de Staat om een aan haar dochter opgelegde werkstraf ten uitvoer te leggen. Zij stelt dat uitvoering van die straf onrechtmatig is omdat de termijn daarvoor is verstreken en het recht tot uitvoering van deze straf is verjaard. De Staat heeft deze stelling gemotiveerd bestreden. De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen. Aan die afwijzing heeft de voorzieningenrechter het oordeel ten grondslag gelegd dat [appellante] bij deze vordering geen belang heeft aangezien die straf niet zonder medewerking van [dochter] ten uitvoer kan worden gelegd en [dochter] dus zelf kan bewerkstelligen dat die straf niet wordt uitgevoerd. het hof heeft het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
