ECLI:NL:GHSHE:2004:AP1376
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10-06-2004 · zaaknummer R200400215
Inhoudsindicatie
In hoger beroep is de vraag aan de orde of de Nederlandse rechter in casu rechtsmacht heeft, nu het kind ten tijde van het indienen van het inleidend verzoek zijn gewone verblijfplaats had in België, maar tijdens de procedure zijn gewone verblijfplaats in Nederland verkrijgt. Het hof stelt vast dat het kind niet dient terug te keren op grond van het Kinderontvoeringsverdrag, nu de voorrzieningenrechter in Nederland het verzoek van de vrouw tot terugkeer naar België heeft afgewezen en zij hiervan geen beroep heeft ingesteld. Voor rechtsmacht van de Nederlandse rechter is in beginsel het tijdstip waarop in eerste aanleg zijn tussenkomst wordt ingeroepen beslissend. Het Haags Kinderbeschermingsverdrag knoopt echter krachtens art.1 aan bij de gewone verblijfplaats van de minderjarige, terwijl niet het indienen van het verzoek, maar het tijdstip van het nemen van de maatregel als bedoeld in dat beslissend is (HR 28 mei 1999, NJ 2001/212). Hieruit vloeit voort dat verandering van het gewone verblijf leidt tot overgang van bevoegdheid indien verandering van het gewone verblijf zich voordoet in de loop van het rechtsgeding. Volgt vernietiging en terugverwijzing etc.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
