ECLI:NL:GHSHE:2004:AP0174
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29-04-2004 · zaaknummer R200400183-187
Inhoudsindicatie
De vordering van de sociale dienst (wegens verzwegen inkomsten) bleek veel hoger dan tijdens de toelatingszitting bekend was. Voorts was geen melding gemaakt van twee schulden die kort voor de toelating tot de schuldsanering zijn ontstaan uit een aanrijding onder invloed van alcoholhoudende drank. De rechtbank beëindigde tussentijds de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 derde lid sub c en e Fw met onder meer de overweging dat na de toepassing van schuldsaneringsregeling bekend geworden ‘oude schulden’ niet te goeder trouw zijn ontstaan en dat indien de juiste omvang van de schulden bekend was geweest, dit geleid zou hebben tot afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De schuldenaar stelt dat het niet mogelijk is om op deze grond tussentijds te beëindigen omdat deze grond niet voorkomt op de lijst van limitatieve beëindigingsgronden van artikel 350 lid 3 Fw. Bovendien was de schuldenaar zelf ook niet op de hoogte van de schulden en de omvang daarvan en hij heeft de schulden derhalve niet bewust verzwegen. Het hof oordeelt dat er geen grond is om de beëindigingsgronden van 350 lid 3 sub c en e Fw beperkt uit te leggen in die zin dat alleen misbruik dat zich tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling voordoet hieronder zou vallen. Met name de parlementaire geschiedenis illustreert dat ook de wetgever principieel juist voor de ruime uitleg heeft gekozen. De omstandigheid dat bij de beoordeling van het inleidende verzoekschrift een bestaande schuld van de schuldenaar over het hoofd is gezien, betekent dat de rechter alsnog de mogelijkheid heeft om de regeling te beëindigen, indien deze in een later stadium alsnog aan het licht komt en zou hebben geleid tot afwijzing van het verzoek. Bij de beantwoording van de vraag of schulden al dan niet te goeder trouw zijn ontstaan doet het er niet toe of een schuldenaar al dan niet bewust informatie heeft achterhouden bij zijn verzoek om toegelaten te worden tot de regeling. De vraag of schulden te kwader trouw zijn ontstaan, staat immers los van het gegeven of de schuldenaar vervolgens wel of niet volledige informatie geeft over zijn schulden bij zijn toelatingsverzoek. Deze laatste omstandigheid kan wel een rol spelen bij de vraag of een schuldenaar zijn schuldeisers tracht te benadelen. Volgt bekrachtiging etc.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
