ECLI:NL:GHSHE:2003:BC4875
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26-08-2003 · zaaknummer C0201291
Inhoudsindicatie
Het geval van het stellen van voldoende zekerheid ter vervanging van een gelegd conservatoir beslag behoort niet tot de gevallen, genoemd en voorzien in art. 6:51 BW. De hier te beoordelen materie is geregeld in art. 705, lid 2 Rv. Volgens art. 700 en volgende Rv. heeft een schuldeiser van een geldvordering het recht tot bewaring van zijn rechten ten laste van zijn schuldenaar conservatoir beslag te leggen voordat hij een executoriale titel heeft. Tegenover deze bevoegdheid van de schuldeiser heeft de schuldenaar in art. 705, lid 2 onder meer de bevoegdheid opheffing van gelegde beslagen te eisen in ruil voor de verschaffing van voldoende zekerheid voor de betaling van de vordering. Die bevoegdheid van de schuldenaar is echter geen plicht van hem. Hij heeft de keuze om het beslag tegen zich te dulden dan wel tegen verschaffen van zekerheid op te heffen. Met dit systeem is niet verenigbaar en bij deze regeling sluit niet aan de door [appellant] voorgestane stelling dat de schuldenaar ook tot het stellen van (aanvullende) zekerheid door middel van een bankgarantie in ruil voor opheffing van beslag kan worden gedwongen (zie HR 14 december 2001, H7 2002,45). Die plicht tot zekerheidstelling in ruil voor opheffing van een conservatoir beslag is ook niet te lezen in het door [appellant] genoemde art. 6:51 BW. Immers het gaat hier niet om een - elders - uit de wet voortvloeiende verplichting tot het stellen van zekerheid. Evenmin is hier sprake van het geval dat het stellen van zekerheid voorwaarde is voor het intreden van een rechtsgevolg. Het aanbieden van zekerheid heeft niet van rechtswege de opheffing van beslagen tot gevolg. De bij artikel 6:51 behorende parlementaire geschiedenis (PG Boek 6, p 193) geeft geen aanleiding om de door [appellant] verdedigde stelling in dit artikel in te lezen. Het vorenoverwogene leidt tot de slotsom dat [geïntimeerde] niet tot aanbieding van (verhoogde) zekerheid kan worden gedwongen, zodat de daarop gerichte vordering van [appellant] dient te worden afgewezen. De grieven I (voor zoveel de reconventie betreffend) en IX falen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
