ECLI:NL:GHSHE:2003:AI0847
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 05-08-2003 · zaaknummer 20.000337.03
Inhoudsindicatie
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 19 april 2001 in de gemeente [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad 118 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II(...) Voorts heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep een aantal bezwaren geformuleerd die er in de kern op neerkomen dat verdachte het niet juist acht dat het bezit en het gebruik van softdrugs zoals hennep verboden is, dat het gebruik van hennep niet schadelijk is voor de gezondheid en dat bijvoorbeeld alcohol veel schadelijker is doch vrij verkrijgbaar. Wat ook zij van deze bezwaren van verdachte, de rechter is gebonden aan de wet en mag de innerlijke waarde en billijkheid van de wet niet beoordelen (art. 11 van de Wet algemene bepalingen). Dit uitgangspunt is een pijler van de democratische rechtsstaat waarin de wetgevende en de rechtsprekende macht principieel van elkaar zijn gescheiden. De strafbaarheid van het aanwezig hebben van hennep(planten) is derhalve het uitgangspunt voor de rechter.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
