ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2475
Gerechtshof 's-Gravenhage · 14-06-2011 · zaaknummer 22-003581-10
Inhoudsindicatie
Aan de verdachte is het in strijd handelen met de Opiumwet (artikel 5a llid 3) ten laste gelegd. Het hof is van oordeel dat de staandehouding van de verdachte onrechtmatig was, omdat de verdenking die de verbalisanten al op dat moment tegen verdachte koesterden onvoldoende concreet was om te kunnen gelden als een redelijk vermoeden van schuld, in het bijzonder aan het aanwezig hebben van drugs. Derhalve is sprake van een normschending in de opsporing en een vormverzuim, dat niet meer kan worden hersteld. Het verkregen bewijsmateriaal dient derhalve te worden uitgesloten van het bewijs. Na uitsluiting van het verkregen bewijs, acht het Hof het niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[Verdachte]
verdachte · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
