ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1006
Gerechtshof 's-Gravenhage · 29-09-2010 · zaaknummer 22-006740-08
Inhoudsindicatie
De verdachte is voor opzettelijk handelen in strijd met art. 2 onder C Opiumwet veroordeeld tot een taakstraf van 20 uur. De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat er geen sprake zou zijn van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin. Naar het oordeel van het hof is op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep genoegzaam komen vast te staan dat de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij zich door het aanpakken en in zijn zak stoppen van het door [medeverdachte] in zijn vlucht voor de politie aangegeven tasje, schuldig zou maken aan het voorhanden hebben van drugs als bedoeld in artikel 2, onder C, van de Opiumwet en dat hij derhalve daartoe het voorwaardelijk opzet heeft gehad.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
