Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSGR:2007:BA3311

Gerechtshof 's-Gravenhage · 04-04-2007 · zaaknummer 22-000351-07

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Overschrijding van de termijn voor hoger beroep door de verdachte, zoals in het onderhavige geval, betekent in de regel dat hij niet in hoger beroep kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan vóór het verstrijken van de beroepstermijn verstrekte ambtelijke informatie waardoor bij de verdachte de gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat de beroepstermijn op een later tijdstip aanvangt dan uit de wettelijke regeling voortvloeit. Blijkens de weergegeven overwegingen van het hof heeft het hof kennelijk vastgesteld dat de verdachte zich op 9 juli 2004 telefonisch heeft ziek gemeld bij de rechtbank te Dordrecht en dat in dat gesprek door een medewerker van de griffie aan de verdachte is medegedeeld dat hij nader bericht zou ontvangen. In aanmerking genomen dat de verklaring van de verdachte onder meer inhoudt dat hem bij die gelegenheid tevens is gezegd dat hij op een ander tijdstip terug zou moeten komen, is het oordeel van het hof dat de verdachte aan het gesprek met genoemde medewerker "niet de zekerheid heeft kunnen ontlenen" dat de behandeling van zijn zaak zou worden aangehouden, niet zonder meer begrijpelijk. Dit arrest is -na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden- gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 4 april 2007. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in zijn hoger beroep, daartoe stellende dat de mededeling uitspraak op 16 september 2004 aan de verdachte in persoon is uitgereikt en dat de brief van verdachte tot het instellen van het rechtsmiddel op 8 oktober 2004 bij de griffie van de rechtbank is ingekomen. Door en namens de verdachte is aangevoerd dat de mededeling uitspraak op een latere datum dan vermeld op die akte aan de verdachte is uitgereikt en dat verdachte ten spoedigste na die uitreiking zijn brief tot het instellen van het rechtsmiddel aan de griffie heeft doen toekomen zodat hij derhalve ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn hoger beroep. Het hof overweegt hieromtrent. Blijkens de akte mededeling uitspraak is op 16 september 2004 de mededeling uitspraak aan de verdachte uitgereikt. De verdachte heeft die akte van uitreiking met zijn handtekening bekrachtigd. Blijkens een datum stempel op die akte is die akte van uitreiking op 21 september 2004 bij het parket te Dordrecht ingekomen. Gelet op tijd die gelegen is tussen de datum van uitreiking en de binnenkomst van die akte bij het parket is het door en namens verdachte gestelde niet aannemelijk geworden.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.