ECLI:NL:GHSGR:2007:BA3028
Gerechtshof 's-Gravenhage · 23-03-2007 · zaaknummer BK-06/00160
Inhoudsindicatie
Belanghebbende verzorgt openbaar vervoer, per tram en per bus, tegen vergoeding. Voor die activiteit is zij ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968. Op grond van de voor haar sector geldende collectieve arbeidsovereenkomst heeft belanghebbende aan haar (oud )personeelsleden, hun partners en hun kinderen een vrijvervoerbewijs verstrekt zonder daarvoor een vergoeding in rekening te brengen. Naar aanleiding van de bevindingen van een bij belanghebbende ingesteld boekenonderzoek is de onderwerpelijke naheffingsaanslag opgelegd. Aan de naheffing ligt – voor zover hier van belang de opvatting ten grondslag dat het verstrekken van de vrijvervoerbewijzen is aan te merken als een onder de werkingssfeer van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (hierna: het BUA) vallende voorziening en dat als gevolg daarvan de aftrek moet worden gecorrigeerd. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Partijen houdt wat dat betreft in het bijzonder verdeeld het antwoord op de vraag of artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het BUA waar het gaat om het gratis vervoer leidt tot uitsluiting van de aftrek, welke vraag belanghebbende ontkennend en de Inspecteur bevestigend beantwoordt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
