Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSGR:2006:AV3155

Gerechtshof 's-Gravenhage · 28-02-2006 · zaaknummer 2200340505

StrafrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Medeplegen van doodslag en diefstal door twee of meer verenigde personen. Beroep op noodweer(exces) verworpen Beslissing omtrent gevoerde verweren De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep namens de verdachte een beroep gedaan op noodweer c.q. noodweerexces. De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte zich geconfronteerd zag met een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door het latere slachtoffer van haar eigen lijf en dat van haar mededader, een en ander als nader aangegeven in haar in eerste aanleg overgelegde pleitnota, welke ter terechtzitting in hoger beroep is herhaald en mondeling aangevuld. Het hof verwerpt dit verweer. Het hof overweegt daartoe, gelet op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, het volgende. De verdachte en haar medeverdachte S. hadden een gedeelte van de avond van 28 december 2003 met enkele vrienden/bekenden in een shoarma-restaurant te Den Haag doorgebracht. Ter plaatse pronkte het latere slachtoffer met zijn geld, waarbij bij de verdachte en S. de indruk is ontstaan dat zij op een makkelijke manier geld van hem konden krijgen, te meer nu zij wisten dat het slachtoffer reeds toen onder invloed van alcohol en drugs verkeerde. Later die nacht (29 december 2003) zijn de verdachte en S. op hun initiatief met het slachtoffer mee naar huis gegaan, daarbij ervan uitgaande dat zij van hem - onder invloed zijnde van drank en drugs - op enigerlei wijze geld zouden kunnen krijgen. In zijn woonkamer heeft de verdachte voor het slachtoffer wodka in geschonken en een paar lijntjes cocaïne klaargelegd waartoe hij zelf niet meer goed in staat was. Niet onaannemelijk is het dat het slachtoffer - die volgens S. eerder die avond over het hebben van sex had gesproken - sexuele toenadering heeft gezocht tot de naast hem op de bank zittende S., en/of dat hij hen wilde beletten te vertrekken, en dat - gelet op de aanwezige kapotte fles - de verdachte het slachtoffer, toen deze met zijn door S. niet gewenste gedrag niet wilde stoppen, met een fles meermalen op zijn hoofd heeft geslagen. Dat het slachtoffer hierop kwaad werd, is niet onaannemelijk te achten. De verdachte heeft hierover ter terechtzitting verklaard: "ik had hem ook gewoon weg kunnen trekken, dan hadden we weg kunnen gaan". Onduidelijk is gebleven hoe en door wie en in welke volgorde vervolgens twee messen zijn gepakt. Wel is aannemelijk te achten dat ook het slachtoffer op enig moment een mes heeft gehanteerd, gelet op de verwonding, passend bij verwonding door een mes, van S. aan haar hand. Dat het slachtoffer een van de messen heeft gepakt ter verdediging van zichzelf na het slaan met de fles acht het hof eveneens aannemelijk. De verdachte heeft verklaard dat het slachtoffer zeer kwaad werd, dat zij en S. daardoor angstig werden omdat zij zich door het slachtoffer bedreigd voelden en boos vanwege het gedrag van het slachtoffer. Om het slachtoffer te doen ophouden, hebben zij hem tijdens een hevige worsteling meermalen gestoken, waarna zij een veter om zijn benen hebben gebonden, geld (onder meer uit een portemonnee) en een telefoon hebben gepakt en - gelet op de verklaring van de benedenbuurman daaromtrent - het pand op een normale manier hebben verlaten, na de kamerdeur van het slachtoffer van buiten op slot te hebben gedaan. Op de foto's van de plaats delict is te zien dat de afstand tussen de bank en de salontafel gering is en dat de vele voorwerpen op de salontafel rechtop staan. Een afgebroken mes is aangetroffen boven het hoofd van het slachtoffer en een ander mes bevindt zich voor zijn gezicht. De beoordeling van het verweer. Het hof acht het aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van een wederrechtelijke aanranding van het lijf van S., dat het slachtoffer haar en later de verdachte heeft bedreigd met een mes en dat er een worsteling heeft plaatsgehad, waarbij ook de verdachte is betrokken. De hof acht het echter niet aannemelijk geworden, gelet op het vorenstaande in onderlinge samenhang beschouwd en met name de aangetroffen situatie ter plaatse, de verklaring van de benedenbuurman van het slachtoffer en de geringe verwondingen van de medeverdachte en het ontbreken van enige verwonding bij de verdachte, dat er sprake is geweest van een zodanige aanranding en heftige worsteling dat het meermalen steken met het mes op vitale plaatsen in het lichaam van het slachtoffer geboden was ter noodzakelijke verdediging van het lijf van S. of de verdachte. De verdachte en S. hebben in hun reactie op het gedrag van het slachtoffer naar het oordeel van het hof de eisen van proportionaliteit derhalve overschreden. Hetzelfde geldt voor de eisen van subsidiariteit, nu de verdachte en S., zonder het slachtoffer messteken toe te brengen, redelijkerwijs op een andere manier uit de gestelde worsteling met het slachtoffer hadden kunnen loskomen en diens kamer hadden kunnen verlaten. Het hof is bovendien van oordeel dat de verdachte en S. de gelegenheid hebben gehad de kamer te verlaten, aangezien de gestelde worsteling heeft plaatsgevonden bij de bank, derhalve dicht bij de deur naar buiten, aan de andere zijde van de kamer, het slachtoffer onder invloed was van drank en drugs en de verdachte en S. geen alcohol hadden genuttigd en bij zinnen waren - gelet ook op hun gedrag nadat zij het slachtoffer hadden neergestoken en bij het verlaten van het pand. Nu het beroep op noodweer niet slaagt, dient ook het beroep op noodweerexces te worden verworpen. Het hof merkt hierbij bovendien op dat de verdachte en S., door zich in de geschetste omstandigheden volledig op eigen initiatief naar de woning van het slachtoffer te begeven, zelf het risico hebben genomen dat, gelet op de daaropvolgende gebeurtenissen, het slachtoffer tot ongewenst gedrag zou kunnen overgaan.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.