ECLI:NL:GHSGR:2006:AV1107
Gerechtshof 's-Gravenhage · 19-01-2006 · zaaknummer 2200350805
Inhoudsindicatie
Strafmotivering De verdachte is in het bezit van een doorgeladen vuurwapen naar een supermarkt gegaan om bier te halen. De verdachte heeft daar een pak bier gepakt en is daarna zonder te betalen de kassa's gepasseerd. Toen de verdachte daarop werd aangesproken en werd aangehouden, trachtte hij zich eerst door duwen en trekken aan de aanhouding te onttrekken. Toen dat hem niet lukte, heeft hij het doorgeladen vuurwapen uit zijn jaszak gehaald en hiermee de bedrijfsleider en andere medewerkers van de supermarkt bedreigd, zodat dezen hem loslieten, en vervolgens een medewerkster van de supermarkt in haar hals geschoten, tengevolge waarvan zij ernstig en blijvend lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het is slechts aan het toeval te danken, dat de verdachte het slachtoffer niet dodelijk heeft verwond. Met zijn handelen getuigt de verdachte bovenal van een fundamenteel gebrek aan eerbied voor andermans lichamelijke integriteit. Daarnaast brengt winkeldiefstal op zichzelf in het algemeen reeds schade en ergernis met zich mee. Delicten als de onderhavige dragen bovendien een voor de rechtsorde zeer schokkend karakter en brengen zij bij de burgers, waaronder vele aanwezige klanten van de supermarkt, angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg. Voorts is komen vast te staan dat de verdachte -die ten tijde van de delicten nog slechts kort in Nederland was-, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 16 december 2005, al eens is veroordeeld voor het plegen van een geweldsdelict, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen. Alhoewel de verdachte er ter terechtzitting in hoger beroep blijk van heeft gegeven zijn handelen te betreuren, is het hof van oordeel dat de op te leggen straf mede dient te zijn gebaseerd op het allerminst denkbeeldige gevaar dat de verdachte onder omstandigheden opnieuw zich lichtvaardig aan geweldsdelicten schuldig zal maken, zodat ook de bescherming van de samenleving geboden is. Tevens heeft het hof bij de strafoplegging acht geslagen op: - het over de verdachte uitgebrachte pro justitia rapport van dr. Blansjaar, psychiater, d.d. 28 december 2004; en - het over de verdachte uitgebrachte pro justitia rapport van drs. J.J. van der Weele, psycholoog, d.d. 21 januari 2005. Het hof neemt de conclusies betreffende de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte over en is op grond daarvan van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten de verdachte volledig kunnen worden toegerekend. Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur een passende en geboden reactie vormt. Het hof komt daarbij overigens, vanuit een oogpunt van rechtseenheid en overeenstemming met doorgaans in vergelijkbare gevallen en omstandigheden opgelegde straffen, tot een andere, iets kortere duur dan door de advocaat-generaal gevorderd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
